Het creatieve proces van de natuur en kunst als ultieme manifestatie van dat proces


Elk ding tracht, voor zover het van hem afhangt, in zijn bestaan te volharden
Spinoza; Ethica, deel III, stelling 6


Elk kunstwerk staat op zichzelf. Je kunt zelfs zeggen dat elke toelichting op een kunstwerk uitsluitend context is, die de ervaring van dat werk als kunstwerk niet alleen op weg kan helpen maar ook kan bemoeilijken en om die reden wellicht beter achterwege gelaten kan worden. Je kunt immers ook stellen dat de werkelijke ervaring van een kunstwerk alleen op een open en, voor zover dat mogelijk is, onbevangen manier mogelijk is, dat een onverwachte eerste kennismaking ermee bovendien op een onvervangbare manier overweldigend kan zijn en bij sommige kunstwerken niet kan worden gemist. Doorslaggevend is echter dat het daar niet bij blijft en dat het zich na die eerste ervaring steeds weer opnieuw tot leven laat wekken. Het kan immers ook voorkomen dat de toeschouwer het kunstwerk pas na verloop van tijd voort het eerst als zodanig ervaart en manifesteert die ervaring zich dan nadien, als het goed is, steeds weer opnieuw. Het is namelijk uitsluitend via de continuïteit van de interactie van het creatieve proces dat zich tussen de toeschouwer en het kunstwerk voltrekt dat het kunstwerk als kunstwerk bestaat. Een kunstenaar kan daarom, als iemand om toelichting vraagt, uitsluitend proberen in een richting te wijzen in het verlengde waarvan die voortdurend terugkerende creatie van het kunstwerk zich kan ontplooien.
Dat gezegd hebbende kan een kunstenaar natuurlijk zonder bezwaar als toelichting bij zijn werk iets vertellen over de aanleiding - als die er was - om het kunstwerk te maken en over de wijze waarop het gemaakt is. Bovendien kan hij - als hij daartoe in staat is - zijn opvattingen over het creatief proces als zodanig toelichten want, hoe je het ook wendt of keert, je mag ervan uitgaan dat elk kunstwerk iets met opvattingen te maken heeft die hij daarover in de loop van zijn leven verwerft.
De hiernavolgende tekst is uitsluitend dat laatste, een poging mijn visie op het creatieve proces te verwoorden. Kort gezegd zie ik dat als de zich vanuit het raadsel van zijn begin ontplooiende continue verandering van de natuur die zich via de mens onder andere als kunstwerk kan manifesteren. Om dat proces zo goed mogelijk te kunnen beschrijven is het nodig het adagium van Schopenhauer te aanvaarden elke vraag die zich voordoet onder ogen te zien en alles wat ogenschijnlijk vanzelf spreekt als problematisch te zien. Dat paradoxale streven kan uiteraard nooit eindigen en uiteindelijk alleen in het besef van de eigen beperktheid in Shakespeare’s woorden worden getoond: ‘We are such stuff as dreams are made on’.

1. Het begin

Volgens de oude Grieken is alles uit chaos ontstaan, wat zoiets betekent als leegte of niets. Tegelijkertijd impliceert dat niets echter onmiskenbaar toch ook iets: de kiem van alles. Ook als alles, zoals we tegenwoordig denken, uit de oerknal voortkomt is dat begin een paradoxale veranderlijke eenheid: het samenvallen van iets met niets, een to-be-or-not-to-be en that is the question.
Voor Darwins evolutietheorie bestaat sinds de publicatie ervan in 1859 zo veel wetenschappelijke onderbouwing dat je zonder twijfel kunt stellen dat de natuur het alles omvattende proces is dat ons eigen bestaan gecreëerd heeft en de beleving van onze eigen creativiteit mogelijk heeft gemaakt. De aan die stelling voorafgaande vraag naar de oorsprong van dat proces verwijst echter naar zichzelf: een voortdurend vraagteken. Ons eigen levende bestaan heeft zich dan ook vanuit die fundamenteel onbegrepen aanzet ontwikkeld. In het verlengde daarvan vindt de kunstenaar in het voorbijgaan zijn richting en af en toe een kunstwerk. Die raadselachtige oorsprong heeft de voortdurende creatieve beweging in gang gezet die, om met Paul Klee te spreken, als punt aan de wandel is gegaan en een lijn is geworden, een voortdurende beweging die, als ultiem hoogtepunt van zijn ontplooiing, dat raadsel reikend raakt.
In mijn eigen creatieve werk heeft mijn handtekening zich ontwikkeld als een veranderlijke zich in een open kringloopbeweging herhalende gebeurtenis, een reproductieproces dat samenhangende ontplooiing doorgeeft: mijn DNA, mijn unanswered question.

2. De creatie van de open kringloop

‘Elk ding tracht, voor zover het van hem afhangt, in zijn bestaan te volharden (1)’. Deze stelling uit de Ethica, het in 1678 postuum gepubliceerde hoofdwerk van Spinoza, roept associaties op met de evolutietheorie zoals die twee eeuwen later door Darwin geformuleerd zou worden, maar dan met evolutie in de meest fundamentele zin: de strijd van alle dingen om te blijven bestaan, de verbondenheid van het creatieve proces van de natuur met ons eigen bestaan.
Als je Spinoza’s stelling nader wilt onderzoeken moet je om te beginnen vaststellen dat de natuur allereerst een onoverzichtelijk gebeuren van interacterende dingen is. Wat kun je vervolgens te midden van die wirwar met recht een ding noemen? Hoe komt het dat er überhaupt zoiets als een ding bestaat dat al interacterend probeert om ‘in zijn bestaan te volharden’?
Onder het woord ding, zoals Spinoza dat gebruikte, moet je, denk ik, alles verstaan wat bij interactie weerstand biedt en op die manier blijk geeft van samenhang, ook als vervolgens blijkt dat die samenhang kan worden verbroken. Als je zo’n ding in steeds kleinere stukken verdeelt kom je op een gegeven moment uit bij elementaire deeltjes, de allerkleinste dingen, die, zoals de huidige natuurkunde ons leert, niet verder verdeeld kunnen worden. Vervolgens doet zich natuurlijk de onvermijdelijke vraag voor hoe het komt dat die kleinste dingen hun samenhang dan niet kunnen verliezen. Hangt hun onderlinge interactie, die inhoudelijk voor zover op dit moment bekend uit vier fundamentele natuurkrachten bestaat, alleen nog met de door hun interactiekracht gevulde vorm samen? Mogen we ze überhaupt wel dingen noemen? Zijn het onkwetsbare leegtes die van binnenuit, vanuit hun eigen virtuele interactiepunt, tijdens hun interactie inhoudelijk via die natuurkrachten de begrensde samenhang van hun vorm scheppen? We weten dat het inzoomen op dat kleinste niveau via kwantummechanische berekeningen een grote mate van betrouwbare natuurkundige voorspellingen van het uit interacterende dingen bestaande proces van de natuur oplevert, maar we weten ook dat op dat fundamentele niveau onzekerheid onvermijdelijk blijft (2). Aan die natuurkundige invalshoek kan ik natuurlijk niets toevoegen en ik moet er dan ook van uitgaan dat ik niet verder kom als ik in deze richting naar antwoorden zoek. Maar ondanks dat, je kunt er, zonder verder iets van fundamentele natuurkunde te begrijpen, volgens mij van uitgaan dat Spinoza’s stelling wel degelijk voor die elementaire deeltjes geldt: ze ‘volharden’ blijkbaar op een onverzettelijke manier ‘in hun bestaan’. Ook al komen we er als we zo ver mogelijk inzoomen uiteindelijk niet achter wat die elementaire deeltjes precies zijn, ik zal ze vanwege hun onverzettelijke weerstand voorlopig toch maar gewoon dingen blijven noemen.
Spinoza beschouwde die innerlijke onverzettelijkheid als een fundamentele eigenschap van alle bestaande dingen en gebruikte daarvoor het begrip conatus. Dat betekent zoiets als streven, poging, neiging of impuls. Wat de beste vertaling echter ook moge zijn, het gaat erom dat het begrip conatus niet de onderlinge interactie tússen de dingen beschrijft, niet de interactie dus zoals die van buitenaf kan worden waargenomen, maar de immanente interactie van die dingen, de interactie van zo’n ding ‘voor zover het van hem afhangt’, van binnenuit, vanuit het individuele interactiepunt dat zich ergens binnenin elk afzonderlijk ding bevindt. Natuurkundigen proberen de interactie die tússen de dingen plaatsvindt te beschrijven via een liefst zo beperkt mogelijk aantal wetten van een zo beperkt mogelijk aantal natuurkrachten, terwijl het begrip conatus diezelfde interactie beschrijft als het in het interactiepunt van elk afzonderlijk ding samenkomende deel van die interactie dat het vanuit dat punt gespiegelde ontvangend daar gecreëerde perspectief vertegenwoordigt én tegelijkertijd het gedeelte van die interactie dat de vanuit dat punt gespiegeld vertrekkende creatie van de actie van zo’n ding vertegenwoordigt. Met andere woorden, het is de inhoudelijk met de invloed van de met de hem interacterende omringende dingen verbonden door zijn eigen (al of niet samengestelde) samenhang bepaalde creatie van zijn eigen interactie. De immanente interactie van elk ding met zijn omgeving is op die manier het resultaat van in het unieke interactiepunt van dat ding samenkomende natuurkracht die, afhankelijk van de samenhang van zijn samenstelling, in omgekeerde richting zijn eigen perspectief én zijn actie voortbrengt. Elk individueel ding blijkt zo via zijn eigen unieke interactiepunt op immanente wijze met het ultieme raadsel van de gehele creatie van de uit interacterende dingen bestaande natuur verbonden, terwijl de creatie van onze eigen immanent beleefde individuele interactie met de ons omringende wereld die creatie werkelijk toont.
Ook al kan de wijze waarop menselijke interactie vanaf het elementaire niveau tot en met ons eigen niveau is opgebouwd in eerste instantie alleen als interactie tússen dingen worden beschreven, dat wil zeggen vanuit een positie waarbij je die interactie van buitenaf observeert, het gaat er uiteindelijk om dat die beschrijving van buitenaf rechtstreeks samenhangt met onze eigen van binnenuit bewust beleefde interactie, de interactie zoals die, afhankelijk van de samenhang van ons als één samengesteld ding functionerend lichaam, door de interactie van de dingen in de natuur via ons eigen complexe individuele lichaam in het hier-en-nu van ons eigen interactiepunt wordt opgebouwd en vanuit dat interactiepunt in omgekeerde richting immanent als de creatie van onze eigen interactie wordt beleefd. Die immanente bewust beleefde interactie toont op impliciete wijze dat de interactie tússen de kleinste dingen vanaf het elementaire niveau, in omstandigheden die door ons vanuit ons vergankelijke perspectief alleen in beperkte mate kunnen worden overzien, de creatie van ons eigen werkelijk beleefde bestaan en manifesteert zich daarbij, zoals Spinoza’s stelling laat zien, als ons ‘trachten’ dat bestaan voort te zetten. De invloed van de natuurkrachten die de onderlinge interactie tussen de dingen bepaalt laat zich gelden als de creatie van het tijdelijk samenhangende menselijke bestaan van onszelf als vergankelijk samengesteld ding. Dat bestaan biedt échte weerstand als zijn samenhang wordt verstoord, probeert die samenhang van binnenuit te behouden en tracht zo ‘voor zover het van hem afhangt, in zijn bestaan te volharden’.
Door de toevallige samenhang creërende interactie van de kleinste dingen in de natuur ontstaan bottom-up weliswaar kwetsbare maar werkelijk via ons bestaande dingen. Die kunnen de tijdelijke vorm aannemen van een als eenheid functionerende kluwen van twee of meer lokaal samenhangende dingen, kunnen vervolgens de vorm aannemen van uit die dingen samengestelde interactieketens en via die interactieketens niet alleen de vorm van tijdelijk stabiele gesloten kringlopen maar ook die van veranderlijke tijdelijk stabiele open kringlopen, zoals de open homeostatisch (2) als eenheid interacterende dingen die tot het leven en tot de immanente beleving van onze eigen interactie met de wereld (3) hebben geleid.
Zo’n open kringloop kan worden gedefinieerd als een via één interactiepunt als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld, die, met dat interactiepunt als middelpunt, door de cyclische interactie van dingen wordt gecreëerd die met de wereld erbuiten worden uitgewisseld. Een open kringloop is niet alleen veranderlijk maar heeft bovendien de eigenschap dat een cyclus van zo’n kringloop kan worden verdubbeld en dat die verdubbeling via splitsing tot reproductie kan leiden waardoor zo’n open kringloop via natuurlijke selectie kon evolueren tot het door ons beleefde bestaan.
De natuur is de creatie van alle interacterende dingen en leidt via als open kringloop functionerende dingen tot de paradoxale gelaagdheid van via open cyclische dynamiek gecreëerde kwetsbare stabiliteit die kenmerkend is voor de werkelijkheid zoals die door ons immanent wordt beleefd. De mens is met de noodzaak van Spinoza’s conatus gecreëerd als een van binnenuit strevend wezen dat via open cyclische dynamiek in de hem omringende wereld ‘in zijn bestaan’ als op optimaal ultieme continuïteit van zijn binnenwereld gericht ding ‘tracht te volharden’. Zo beschouwd blijkt kunst een menselijke manifestatie te zijn van het zich ontplooiende creatieve proces van de natuur dat dat proces als ultieme paradoxale gelaagdheid toont.

3. De creatie van de eerste emotie

De universele creatie van interacterende dingen leidde via de evolutie van als open kringloop interacterende dingen onder andere tot het immanent beleefde bestaan van organismes met een zenuwstelsel en maakte daarmee de beleving van ons eigen bestaan mogelijk. Hoe dat evolutieproces verliep kan het beste worden toegelicht aan de hand van de fundamentele interactieprocessen van die zich als open kringloop interacterende dingen ontwikkelende organismes. De eerste interactie die vervolgens als hun immanent werkelijk beleefde bestaan kan worden beschreven blijkt dan de als pijn beleefde invloed van beschadiging van de buitenwand van zo’n organisme te zijn en de tegenover die interactieve invloed gelijktijdig als drang beleefde invloed van zijn zich in zijn binnenwereld voltrekkende eigen actie c.q. terugtrekreactie: de prille aankondiging van het door onszelf als waarde beleefde bestaan.
De immanente interactie van een organisme met zijn omgeving wordt inhoudelijk bepaald door de wijze waarop die interactie als open kringloop functioneert. Zo’n open kringloop wordt in de biologie de homeostase van het organisme genoemd en creëert via interactie met dingen in de wereld buiten het organisme een zodanige samenhang van zijn binnenwereld dat die via één interactiepunt, als één ding, met die wereld buiten zijn binnenwereld interacteert. Dat ene interactiepunt is met andere woorden het middelpunt van de cyclische interactie van de dingen die die binnenwereld samenstellen, het unieke hier-en-nu van waaruit dat organisme in de hem omringende wereld naar optimale samenhang streeft van het homeostatische evenwicht van zijn binnenwereld en daarmee naar voortzetting van zijn bestaan te midden van de met hem interacterende dingen. Via deze open kringloop probeert het organisme, in de woorden van Spinoza, als één ding ‘voor zover het van hem afhangt, in zijn bestaan te volharden’ (1).
Gedurende de evolutionaire ontwikkeling van organismes creëerde de interactie van hun open homeostatische kringloop aanvankelijk een nog op relatief eenvoudige wijze samengestelde samenhang van hun binnenwereld. Daarnaast echter ontstonden organismes die dankzij hun zenuwstelsel voor een aanvullende invulling van hun homeostatische binnenwereld gingen zorgen. Dat zenuwstelsel ontstond als bijzonder gedeelte van de binnenwereld van zo’n organisme doordat zijn buitenwand zich tijdens zijn embryonale ontwikkeling gedeeltelijk naar binnen plooide waardoor dat gedeelte van die zich vervolgens als zenuwstelsel ontwikkelende buitenwand weliswaar onderdeel van zijn homeostatische binnenwereld bleef maar er tegelijkertijd toch ook van gescheiden werd. Dat zenuwstelsel ging op deze wijze binnen zijn binnenwereld als een intermediaire binnenwereld functioneren tussen het geheel van die binnenwereld en de wereld erbuiten, terwijl de zenuwcellen van dat zenuwstelsel vervolgens de voor die intermediaire functie doorslaggevende bouwstenen werden. Zo’n zenuwcel had namelijk de cruciale eigenschap dat hij door verandering van zijn elektrische lading tijdelijk in een al of niet geactiveerde toestand kon verkeren: een aan- of uittoestand. Door die eigenschap kon hij samen met andere zenuwcellen zogenaamde sensomotorische ketens gaan vormen waarmee die activatietoestand als zodanig kon worden doorgegeven. Onder invloed van de situatie buiten het zenuwstelsel kon via het uiteinde van de zenuw van een sensorische zenuwcel van zo’n keten in die geactiveerde toestand worden gebracht, waarna die toestand op andere zenuwcellen binnen het zenuwstelsel kon worden overgebracht en via het zenuwuiteinde van de zenuw van een zogenaamde motorische zenuwcel weer op in de binnenwereld buiten het zenuwstelsel gelegen spieren die dan vervolgens op die manier weer tot contractie konden worden gebracht. Met andere woorden, die sensomotorische ketens van de zenuwcellen van zijn zich zo ontwikkelende intermediaire binnenwereld konden, als een extra onderdeel van zijn open homeostatische kringloop, op digitale wijze geactiveerde invloed zowel vanuit de wereld binnen het organisme zelf als vanuit de wereld buiten het organisme gaan verwerken en zo via de activatie van buiten zijn zenuwstelsel in zijn binnenwereld gelegen spieren zowel de wereld binnen als de wereld buiten het organisme gaan beïnvloeden.
Op deze wijze ontstond door natuurlijke selectie eerst het zogenaamde autonome zenuwstelsel dat uitsluitend invloed vanuit de binnenwereld van het organisme verwerkte. Onder invloed van de fluctuerende afstand ten opzichte van het middelpunt van de homeostatische kringloopprocessen van zijn binnenwereld (zoals de optimale lichaamstemperatuur, het optimale zuurstofgehalte, et cetera) werden via uiteinden van die vanuit zijn buitenwand geëvolueerde zenuwen sensorische zenuwcellen van zijn brein, het centrale gedeelte van dat autonome zenuwstelsel, geactiveerd en via die zo in het brein gerepresenteerde invloed werden dan vervolgens via motorische zenuwcellen in de binnenwereld buiten het brein gelokaliseerde spieren geactiveerd van structuren (zoals klieren, bloedvaten en dergelijke) die via de zo teweeggebrachte contractie van die spieren corrigerende invloed uitoefenden op zijn op het middelpunt van die homeostatische kringloopprocessen gerichte binnenwereld. In het interactiepunt van de in de intermediaire binnenwereld van het brein van het organisme was met andere woorden via de permanent actueel gerepresenteerde invloed van de fluctuerende afstand ten opzichte van het middelpunt van die cyclisch samenhangende homeostatische processen van zijn binnenwereld impliciet het middelpunt van die processen gerepresenteerd en daarmee via ook gemeenschappelijk gecombineerde middelpunt, het interactiepunt van zijn centraal op de voortdurende creatie van zijn op optimale waarde van ultieme samenhang gerichte als één ding bestaande met de buitenwereld interacterend binnenwereld. Wanneer de afstand ten opzichte van dat gerepresenteerde centrale middelpunt/ interactiepunt toenam werkte dat voor de continuïteit van zijn voortbestaan ongunstig c.q. negatief en wanneer die afstand afnam gunstig c.q. positief. Dit gegeven was cruciaal voor de zich vervolgens verder ontwikkelende op voortzetting van zijn bestaan gerichte coördinerende functie van het brein van het organisme.
Aanvullend op het autonome zenuwstelsel ontstond vervolgens het zogenaamde willekeurige of animale deel van het zenuwstelsel dat niet vanuit de binnenwereld van het organisme maar vanuit de wereld erbuiten werd geactiveerd en via contractie van zogenaamde dwarsgestreepte spieren in zijn binnenwereld zijn positie in die buitenwereld kon beïnvloeden. Het is ongetwijfeld het meest waarschijnlijk dat de ontwikkeling van dat animale zenuwstelsel onder invloed van lokale voor het voortbestaan van het organisme bedreigende beschadiging van zijn buitenwand op gang kwam. Via activatie van een sensomotorische keten reageerde het organisme vervolgens op zo’n specifieke lokale situatie met een terugtrekreactie en daarop volgend ontwikkelden zich op den duur door natuurlijke selectie lokaal in zijn buitenwand zintuigen die via gedifferentieerde specifieke invloed van buitenaf sensomotorische ketens konden activeren waardoor een geleidelijk steeds complexer zenuwstelsel ontstond dat via het autonome deel geactiveerde homeostatische invloed vanuit de binnenwereld combineerde met via het animale deel op gedifferentieerde wijze geactiveerde zintuigelijke invloed vanuit de buitenwereld. En het is precies die in zijn brein gecombineerde input van binnenuit met input van buitenaf die, aanvullend op de oorspronkelijke homeostatische output van het organisme, voor output ging zorgen die zich geleidelijk via op steeds complexere wijze voorbereide en op den duur immanent beleefd voorbereide contractie van spieren in zijn binnenwereld als steeds complexer gedrag in de buitenwereld ging manifesteren.
Van belang is verder dat die steeds complexere voorbereiding van gedrag vooral mogelijk werd omdat de zenuwcellen binnen het brein in geactiveerde toestand als in groepsverband samenwerkende zenuwcellen konden functioneren. Zo’n in het brein specifiek gelokaliseerde groep interacteerde dan met andere op dat moment binnen het brein geactiveerde groepen zenuwcellen en de tijdelijk geactiveerde representaties van de in het animale deel van het brein gerepresenteerde invloed interacteerden op die wijze binnen het gehele brein met de permanent actueel geactiveerde representatie van de in het autonome deel van het brein gerepresenteerde invloed en vormden zo als samenwerkingsverband één gemeenschappelijk interactiepunt. De via groepsgewijs geactiveerde samengesteld gerepresenteerde interactie in het brein voorbereide output manifesteerde zich dus als in het hier-en-nu geconcentreerd gecombineerde interactie via één gemeenschappelijk interactiepunt en het was precies dat gezamenlijk gedeelde interactiepunt dat het punt was van waaruit het als één geheel met de buitenwereld interacterende organisme met een zenuwstelsel vervolgens de interactie van het interactiepunt van zijn gehele als één open homeostatische kringloop met de buitenwereld interacterende binnenwereld op immanent beleefde wijze in het vizier kreeg.
De in hun gemeenschappelijke interactiepunt samenkomende interactie van de in de intermediaire binnenwereld van het brein van het organisme geactiveerde representaties met input vanuit enerzijds de binnenwereld van het gehele organisme en anderzijds vanuit de wereld buiten het organisme was, zoals gezegd, bepalend voor de vanuit dat punt immanent in omgekeerde richting gecombineerd beleefde inhoud van die input. De in het autonome deel van zijn brein gerepresenteerde invloed van de homeostase van zijn gehele binnenwereld bevatte een permanent actueel méngsel van enerzijds alle rondom vanuit de buitenwereld via de buitenwand de binnenwereld binnenkomende input én anderzijds alle vanuit die binnenwereld naar de buitenwereld uitgaande output terwijl de via het animale deel van het brein gerepresenteerde invloed uitsluitend die binnenwereld binnenkomende input bevatte, dat wil zeggen via de zintuigen op gedifferentieerde wijze tijdelijk lokaal vanuit de buitenwereld via de buitenwand die binnenwereld binnenkomende invloed zonder die bijgemengde output. De in het brein gerepresenteerde homeostase vertegenwoordigde daarmee dus, los van die zintuigelijke input, de invloed van het aspecifiek rondom via de buitenwand ontvangen deel van de input dat resulteerde in de voortdurend gerepresenteerde fluctuerende afstand ten opzichte van de op centrale waarde van het middelpunt van de cyclisch samenhangende homeostatische processen gerichte binnenwereld én de omgekeerd naar buiten gerichte invloed van de output van die binnenwereld naar de buitenwereld en omdat de representatie van de lokaal in de buitenwand via de zintuigen ontvangen input níét met output vermengd was, liep díé input gelijk op met het gedéélte van de gerepresenteerde homeostatische invloed dat uitsluitend de rondom binnenkomende input vanuit de buitenwereld vertegenwoordigde. Omdat de interactie van die op twee verschillende manieren vanuit de buitenwereld geactiveerde gelijk oplopend gerepresenteerde input in het brein in één gemeenschappelijke interactiepunt samenkwam, betekende dit voor de vandaaruit in omgekeerde richting immanent gecombineerd beleefde inhoud van die gerepresenteerde input, dat de inhoud van de zintuigelijke invloed met dat gelijk oplopende gedeelte van de homeostatische invloed als gecombineerd inhoudelijk opgeladen invloed werd beleefd en bovendien betekende dit dat de daarmee gelijk oplopend beleefde inhoud van het deel van de gerepresenteerde homeostase dat de invloed van de naar de buitenwereld uitgaande output vertegenwoordigde op deze wijze vanuit dat interactiepunt als de tegenover die van buitenaf binnenkomende invloed van binnenuit naar buiten gerichte eigen actie werd beleefd.
Met de tot nu toe besproken opbouw van de onderlinge in hun gemeenschappelijke interactiepunt geconcentreerde interactie van de in het brein geactiveerde representaties voor ogen kunnen we dan nu de laatste stappen zetten om de beschrijving van de gespiegelde opbouw van de eerste vanuit dat interactiepunt immanent werkelijk van binnenuit belééfde interactie van zo’n organisme met een zenuwstelsel mogelijk te maken.
Zoals we gezien hebben was in het geactiveerde interactiepunt van de in de intermediaire binnenwereld van het brein via de permanent actueel gerepresenteerde invloed van de fluctuerende afstand ten opzichte van het middelpunt van de cyclisch samenhangende homeostatische processen van de binnenwereld impliciet het gemeenschappelijke middelpunt van die processen gerepresenteerd en daarmee het interactiepunt van de creatie van de centraal op optimale waarde van ultieme samenhang gerichte als één ding bestaande met de buitenwereld interacterende binnenwereld van het organisme. Wanneer de afstand ten opzichte van die impliciete centrale waarde van ultieme samenhang afnam was dat voor de continuïteit van zijn bestaan gunstig c.q. positief en wanneer die afstand toenam ongunstig c.q. negatief. In het interactiepunt van het op deze wijze in het aanvankelijk nog uitsluitend autonome brein als groep gelokaliseerde aantal geactiveerde zenuwcellen was met andere woorden via de fluctuerende waarde van de cyclische processen ten opzichte van hun impliciet gerepresenteerde centrale waarde van de binnenwereld als in de tijd boven die centrale waarde ernaartoe dalende en onder die waarde ernaartoe stijgende waarde gunstig c.q. positief gewaardeerd en omgekeerd boven die waarde verder stijgende en onder die waarde verder dalende waarde ongunstig c.q. negatief gewaardeerd dat wil zeggen als positief dan wel negatief gewaardeerde ontwikkeling van de ten opzichte van de impliciet gerepresenteerde centrale waarde van het middelpunt/ interactiepunt van waaruit het organisme als rondom gesloten cyclisch samenhangende ruimtelijke eenheid HIER in de tijd open NU met de buitenwereld interacteerde. In het daarna ontstane aanvullende animale deel van het brein werd vervolgens uitsluitend lokaal van buitenaf in de buitenwand ontvangen specifiek gedifferentieerde invloed via in het brein groepsgewijs gelokaliseerde aantallen geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerd. Op deze wijze representeerde het totaal van de in het brein geactiveerde zenuwcellen invloed vanuit de wereld binnen én buiten de binnenwereld, dat wil zeggen de van buitenaf ontvangen invloed op de creatie van zijn als één ding bestaande centraal op optimale waarde van ultieme samenhang gerichte binnenwereld én de invloed van de creatie van de naar buiten gerichte actie/ reactie van die binnenwereld. Deze invloed werd vervolgens in het brein vanuit het immanent als zelf beleefde interactiepunt als óp dat centrale zelf gerichte ín dat centraal op optimale waarde van ultieme samenhang gerichte zelf voortdurend HIER EN NU binnenkomende gecombineerd gewaardeerde inhoud beleefd. De van buitenaf in de buitenwand ontvangen in het brein gerepresenteerde invloed op het organisme bestond dan enerzijds uit via het aspecifiek rondom van buitenaf in de buitenwand ontvangen in het brein als voortdurend actueel specifiek gelokaliseerde aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde invloed en anderzijds uit via het daarmee gelijk oplopende lokaal van buitenaf in de buitenwand op specifiek gedifferentieerde wijze ontvangen groepsgewijs in het brein als gelokaliseerde aantallen geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde invloed. De zo samengestelde invloed van buitenaf werd vervolgens immanent beleefd als specifieke maat gewaardeerde specifieke intensiteit beleefde invloed ten opzichte van aspecifiek rondom van buitenaf gerepresenteerde als gemiddelde maat gewaardeerde aspecifieke intensiteit beleefde invloed én uit specifiek lokaal afhankelijk van de invalshoek als gedifferentieerd gewaardeerde specifiek inhoudelijk beleefde invloed ten opzichte van als aspecifiek midden gewaardeerde neutrale inhoudelijke gerichtheid beleefde invloed én op het zelf HIER EN NU gericht geconcentreerd gewaardeerde ruimtelijke gerichtheid beleefde invloed ten opzichte van aspecifiek gewaardeerde rondom gegeneraliseerd ruimtelijke gerichtheid beleefde invloed. Tegelijkertijd werd het via in het brein gelokaliseerde aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde gedeelte van de invloed vanuit de binnenwereld van het organisme dat de daarvanuit naar de buitenwereld gerichte invloed vertegenwoordigde dan vanuit datzelfde zelf HIER EN NU tegenover die gewaardeerd beleefde van buitenaf ontvangen invloed immanent gecombineerd als zelf van binnenuit gewaardeerde mate van gerichte drang beleefd. Daarmee manifesteerde de in het geactiveerde brein gerepresenteerde interactie van het organisme zich vanuit het centrale interactiepunt immanent als zelf gecombineerd paradoxaal beleefde interactie: één in de tijd niet alleen passief gecreëerde maar ook actief creërende ruimte waarin het als zelf beleefde interactiepunt zich in ruimte en tijd als oriëntatiepunt én als bron beleefd omslagpunt centraal op optimale waarde van ultieme samenhang richtte van zijn als één levend bestaan met de buitenwereld interacterende binnenwereld. §
Zoals eerder aangegeven werd de evolutionaire ontwikkeling van de zintuigen, die de verdere ontplooiing van die immanent beleefde interactie mogelijk maakte, ongetwijfeld in gang gezet onder invloed van een voor het voortbestaan van het organisme met een zich ontwikkelend zenuwstelsel ongunstige dominante beschadiging van zijn buitenwand. Die eerste beleving ontstond via een vanuit zijn centraal op optimale waarde van ultieme samenhang van zijn als eenheid bestaande met de buitenwereld interacterende binnenwereld gerichte in de intermediaire binnenwereld van zijn brein gerepresenteerde interactiepunt voor die samenhang uitsluitend ongunstige invloed en wel als vanuit het als zelf beleefde interactiepunt tegenover de buitenwereld uitsluitend negatief gewaardeerde eenduidig als pijn in het HIER EN NU uitsluitend positief gewaardeerde eenduidig als drang beleefde gecreëerde én creërende interactie van een als één geheel beleefde binnenwereld. De tot nu toe besproken aanvankelijk nog uiterst beperkt beleefde ervaring van zo’n organisme kan dan vervolgens als een bolvormig model worden voorgesteld waarvan het middelpunt het HIER EN NU beleefde zelf voorstelt, de drie richtingen van die bolvormige ruimte de drie HIER in dat zelf gecombineerd beleefde ruimtelijke dimensies laten zien en waarvan het oneindige aantal die bol vullende punten de in dat zelf in één punt NU beleefde onbeperkte mogelijkheden van de dimensie van de tijd voorstellen. Het model van de eerste immanente belevingswereld van een organisme met een zenuwstelsel bestaat dan uit:
enerzijds:
= in de dimensie van de tijd dwars op in één ruimtelijke dimensierichting via de permanent gedurende het leven van het organisme met een zenuwstelsel actuele hoeveelheid rondom van buitenaf drempel overschrijdende de samenhang van zijn als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld al of niet creërende op het op optimale waarde van ultiem bestaan gerichte interactiepunt van die binnenwereld gerichte in dat interactiepunt samenkomende invloed in zijn brein voortdurend actueel als groep gelokaliseerd aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde invloed én via een tijdelijk actuele hoeveelheid lokaal van buitenaf via drempel overschrijdende voor zijn in zijn interactiepunt op optimale waarde van ultiem bestaan uitsluitend ongunstig gerichte invloed van beschadiging tijdelijk als in zijn brein als groep gelokaliseerd aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde invloed vanuit die specifieke locaties in het interactiepunt van zijn zo geactiveerde brein als zelf gerepresenteerde interactiepunt van zijn binnenwereld samenkomende invloed immanent als op het zelf gerichte in dat zelf HIER samenkomende NU vanuit dat zelf ten opzichte van als specifieke maat gewaardeerde gemiddeld intens ervaren HIER EN NU als specifieke maat gewaardeerde specifiek intens ervaren invloed op de creatie van zijn als één ding met de buitenwereld interacterend binnenwereld én
= in de dimensie van de tijd in die eerste ruimtelijke richting dwars daarop in de tweede ruimtelijke dimensierichting uitgebreide tegenover die ten opzichte van die als specifieke maat gewaardeerde gemiddeld intens ervaren HIER EN NU als specifieke maat gewaardeerde specifiek intens ervaren invloed in het brein als groep gelokaliseerd aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde vanuit die specifieke locaties in het interactiepunt van zijn zo in het geactiveerde brein als zelf gerepresenteerde interactiepunt van zijn binnenwereld samenkomende invloed aanvullend immanent op het zelf gerichte HIER in dat op optimale waarde van ultiem bestaan gerichte zelf als kritisch punt samenkomende NU vanuit dat zelf ten opzichte van aspecifiek op optimale waarde van ultiem bestaan gericht gewaardeerde neutraal ervaren HIER EN NU op die centrale waarde van ultiem bestaan uitsluitend ongunstig gericht gewaardeerde uitsluitend negatief ervaren invloed op de creatie van zijn als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld én
= in de dimensie van de tijd in die tweedimensionaal ruimtelijke richting dwars daarop in de derde ruimtelijke dimensierichting uitgebreide tegenover die ten opzichte van die als specifieke maat aspecifiek op optimale waarde van ultiem bestaan gericht gewaardeerde gemiddeld intens neutraal ervaren HIER EN NU als specifieke maat op die optimale waarde van ultiem bestaan uitsluitend ongunstig gericht gewaardeerde specifiek intens uitsluitend negatief ervaren invloed in het brein als groep gelokaliseerd aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde vanuit die specifieke locaties in het interactiepunt van zijn zo in het geactiveerde brein als zelf gerepresenteerde interactiepunt van zijn binnenwereld samenkomende invloed aanvullend immanent als op het zelf gerichte HIER in dat op die centrale waarde van ultiem bestaan gerichte zelf als centraal oppositiepunt NU vanuit dat zelf ten opzichte van alom aspecifiek gericht gewaardeerde rondom ruimtelijk ervaren HIER EN NU specifiek geconcentreerd gericht gewaardeerde lokaal ruimtelijk ervaren invloed op de creatie van zijn als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld én
= dwars op de dimensie van de tijd in driedimensionaal ruimtelijke richting vierdimensionaal tegenover die ten opzichte van die als specifieke maat aspecifiek op optimale waarde van ultiem bestaan gerichte alom aspecifiek gericht gewaardeerde gemiddeld intens neutraal rondom ruimtelijk ervaren HIER EN NU als specifieke maat op optimale waarde van ultiem bestaan uitsluitend ongunstig gericht specifiek geconcentreerd gericht gewaardeerde specifiek intens uitsluitend negatief lokaal ruimtelijk ervaren invloed in het brein als groep gelokaliseerd aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde vanuit die specifieke locaties in het interactiepunt van zijn zo in het geactiveerde brein als zelf gerepresenteerde interactiepunt van zijn binnenwereld samenkomende invloed aanvullend immanent als alzijdig tegenovergesteld op het als zelf gerepresenteerde interactiepunt van de binnenwereld gerichte in dat zelf als observatiepunt HIER EN NU samenkomende vanuit dat zelf als ten opzichte van het rondom alzijdig aspecifiek tegenovergesteld op het zelf gericht gewaardeerde niet-specifiek ervaren HIER EN NU rondom polair tegenovergesteld op het zelf gericht gewaardeerde specifiek lokaal ervaren eenduidig als pijn beleefde invloed op de creatie van zijn als één samenhangend ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld
én anderzijds:
= vierdimensionaal tegengesteld aan die HIER EN NU ten opzichte van die als specifieke maat aspecifiek op optimale waarde van ultiem bestaan gericht alom aspecifiek gericht rondom alzijdig tegenovergesteld op het zelf gericht gewaardeerde gemiddeld intens neutraal rondom ruimtelijk niet-specifiek ervaren HIER EN NU als specifieke maat op die optimale waarde van ultiem bestaan uitsluitend ongunstig gericht geconcentreerd gericht rondom polair tegenovergesteld op het zelf gericht gewaardeerde specifiek intens uitsluitend negatief lokaal ruimtelijk specifiek lokaal ervaren eenduidig als pijn beleefde invloed op de binnenwereld HIER EN NU vanuit de gehele binnenwereld in het brein als groep gelokaliseerd aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde in dat zelfde als zelf gerepresenteerde interactiepunt samenkomende invloed immanent in dat zelf als bron van binnenuit HIER EN NU vanuit dat zelf als specifieke maat op optimale waarde van ultiem bestaan uitsluitend gunstig gerichte geconcentreerd gerichte vanuit het zelf tegenovergesteld gericht gewaardeerde als specifiek intense uitsluitend positief gericht naar buiten gericht lokaal gericht ervaren eenduidig als drang beleefde invloed van de (re)actie van de zo als één samenhangend bestaan beleefde creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld.
De op deze wijze ontstane eerste immanente werkelijke beleving van de interactie van organismes met een zenuwstelsel ontplooide zich vervolgens via natuurlijke selectie geleidelijk tot onze eigen complexe rechtstreeks al of niet bewuste specifiek menselijke beleving van de werkelijkheid: de van buitenaf niet-verifieerbare en tegelijkertijd van binnenuit onbetwijfelbaar onmiddellijk werkelijke, volstrekt individuele beleving van het zich in onszelf ontplooiende creatieve proces van de natuur. Die manifesteert zich allereerst via lokaal in de buitenwand voor de voortgezette creatie van de homeostatische binnenwereld van organismes met een zenuwstelsel tijdelijk ongunstige invloed van beschadiging en wel als het besef van in het interactiepunt van het zo geactiveerde brein van zo’n organisme tegenover de voor zijn voortbestaan tijdelijk als specifieke maat geconcentreerd uitsluitend ongunstig gewaardeerde specifiek intens ruimtelijk gerichte inhoudelijk uitsluitend specifiek negatief als pijn beleefde invloed van buitenaf samen met positief gewaardeerde als drang beleefde naar buiten gerichte invloed beleefde op optimale waarde van ultieme samenhang gerichte gecreëerde en creërende interactie: het prille aanvankelijk weliswaar inhoudelijk nog uiterst beperkte maar zich vervolgens onbeperkt verder ontplooiende van buitenaf én van binnenuit tot leven gewekte paradoxale besef niet alleen van de wereld gescheiden te zijn maar er ook aan deel te nemen. Die allereerste als Prometheus’ vuur ontstoken innerlijk inhoudelijk beleefde vonk was het begin van de verdere evolutie van het animale deel van het zenuwstelsel en de aankondiging van de HIER EN NU beleefde rijkdom van ons eigen bestaan. Die urgente pijnlijke vonk wekte een zich ontplooiend isolement tot leven dat de zich van binnenuit verzettende kracht openbaarde van zijn als waarde gecreëerde én creërende bestaan. Dat prille begin betekende een onvermijdelijk lijden maar wees impliciet in de richting van een gecreëerde waarde van een buiten bereik reikend ultiem samenhangend bestaan. Als manifestatie van het creatieve proces van de natuur wordt een door de kunstenaar gecreëerd werk dan ook door urgentie tot leven gewekt. Het schudt wakker, wekt aandacht voor wat op het spel staat en maakt je steeds weer nieuwsgierig naar wat je overkomt. Het pijnlijke besef van de nietigheid van het eigen van binnenuit beleefde bestaan creëert dat wat voor ons van waarde is. In de woorden van Fernando Pessoa: Ik ben niets. Ik zal nooit iets zijn. Ik kan ook niet iets willen zijn. Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld.

§ Het is opmerkelijk dat het gemeenschappelijk interactiepunt van de van buitenaf in het brein geactiveerde representatie van de invloed van de wereld buiten het brein een in één natuurkracht verenigd elektromagnetisch interactiepunt is waarin die representatie de volgens de huidige natuurkunde door víér natuurkrachten bepaalde interactie met de dingen in de wereld buiten het brein samenvat. Tegelijkertijd wordt elke die representatie samenstellende zenuwcel zo gedurende een uniek tijdsbestek op zijn eigen unieke locatie in het brein als afzonderlijke eenheid geactiveerd en stelt die zenuwcel op die manier samen met andere geactiveerde zenuwcellen op digitale wijze de eenheid van het samenwerkingsverband van die representatie samen. Creëert de alomvattende universele interactie van de natuur via het unieke elektromagnetische interactiepunt van de representatie van ons eigen als ding in ruimte en tijd beperkte bestaan de ambigu pulserend beleefde creatie van onze eigen interactie?

4. De ambiguïteit van het creatieve proces

De natuur is de creatie van interacterende dingen. Het mysterie van de geboorte van dat interactiegebeuren leidde via de evolutie van als open kringloop functionerende dingen tot het immanent door organismes met een zenuwstelsel zelf beleefde bestaan dat zich als ambigu creatief proces ontplooit. Hoe dat proces evolueerde kan worden toegelicht aan de hand van het ontstaan van het zich via de zintuigen ontwikkelende geheugen, de daarmee verband houdende emoties en instincten en de daaruit ontstane verbeelding.
Zoals eerder aangegeven functioneert het zenuwstelsel, dat tijdens de embryonale ontwikkeling van het organisme uit de buitenwand van zijn binnenwereld ontstaat, als een intermediaire binnenwereld tussen het geheel van die binnenwereld en de wereld erbuiten. Door beschadiging van de buitenwand van zo’n organisme manifesteerde zich vervolgens zijn eerste van binnenuit beleefde emotie. De voor zijn voortbestaan dominante mate en duur van de ten opzichte van het totaal van de van alle kanten binnenkomende invloed lokale invloed van die beschadiging op zijn binnenwereld wekte dat lokale gedeelte ten opzichte van het totaal van de via zijn buitenwand binnenkomende invloed vanuit het interactiepunt van de intermediaire binnenwereld van zijn brein immanent tot leven als de tegenover het impliciet als zelf beleefde interactiepunt van zijn binnenwereld van binnenuit gelokaliseerde specifiek als pijn negatief gewaardeerde invloed van die beschadiging én de gelijktijdig als daar tegenover gerichte als drang beleefde creatie van zijn als eigen actie beleefde terugtrekreactie. Deze emotionele beleving was het startsein van de evolutie van een groot aantal onder invloed van sleutelsituaties in de buitenwereld opgeroepen emoties en instincten. De tweede emotie die zo via natuurlijke selectie ontstond werd als angst beleefd en ging, net als de eerste, met een als drang beleefde terugtrekreactie gepaard maar werd behalve door beschadiging ook door andere, op beschadiging vooruitlopende, invloed van buitenaf veroorzaakt. Dat laatste was mogelijk geworden omdat vanuit de buitenwand van zo’n organisme op den duur zintuigen evolueerden waarvan de zenuwuiteinden van de bij die zintuigen horende zenuwcellen door druk- en trekkrachten, temperatuur, chemische stoffen, luchtdrukgolven en elektromagnetische straling konden worden geactiveerd, dat wil zeggen door interactie met dingen die zich deels op afstand van zijn buitenwand in de buitenwereld bevonden. Weer later ontstond naar aanleiding van soortgelijke interactie de derde dit keer als woede beleefde emotie die met een eraan tegengestelde, op de bron van die potentiële beschadiging gerichte, tegenover die gelijksoortige invloed als drang beleefde creatie van de als eigen actie beleefde agressieve actie gepaard ging. Het is duidelijk dat deze laatste emotionele reactie op een complexere wijze tot stand moest zijn gekomen dan de eerste twee, omdat deze tegengestelde agressief emotionele reactie impliceerde dat binnen het zenuwstelsel onder invloed van gelijksoortige interactie met dingen in de buitenwereld op een of andere manier beslist werd om óf met een aan beleefde angst gekoppelde terugtrekreactie te reageren, dat wil zeggen met vluchtgedrag, óf met een, in omgekeerde richting op die potentiële bedreiging gerichte aan emotioneel beleefde woede gekoppelde reactie.
De ontwikkeling van organismes met een zenuwstelsel in de richting van een keuzemenu van emoties en instincten kan worden gezien als de opbouw van een steeds gedifferentieerder maar verder in feite nog relatief beperkt en star gedragsrepertoire dat geleidelijk door natuurlijke selectie in die organismes evolutionair werd opgebouwd en vervolgens tijdens hun individuele leven in specifieke omstandigheden via relatief beperkte inhoudelijke beleving van die omstandigheden werd opgeroepen. Door de wijze waarop representaties van de wereld buiten het brein in het brein functioneerden ligt het echter voor de hand dat die opbouw pas mogelijk werd doordat een aanvankelijk weliswaar nog beperkt geheugen op dat evolutionair ingebouwde basismateriaal van emoties en instincten vooruitliep.
Zoals eerder besproken bestaat zo’n representatie van de wereld buiten het brein uit zenuwcellen die in de intermediaire binnenwereld van het brein als groep geactiveerd worden door interactie van het organisme met dingen die zich in zijn binnenwereld en de wereld daarbuiten bevinden. Een dergelijke tijdelijk vanuit de buitenwereld geactiveerde als eenheid functionerende representatie interacteert dan vervolgens via zijn eigen interactiepunt met eventuele andere op dat moment tijdelijk binnen het brein geactiveerde representaties en te alle tijden met de op dat moment gerepresenteerde permanente representatie van zijn homeostatische binnenwereld en vormt zo gezamenlijk daarmee één actueel gemeenschappelijk interactiepunt. Dat betekent in feite dat het interactiepunt van zo’n tijdelijk door interactie met de buitenwereld geactiveerde representatie zich op een specifiek tijdstip op een specifieke plaats binnen het brein bevindt en dat dat interactiepunt zich, zo lang die activatie duurt en afhankelijk van het verloop van de veranderingen die binnen zo’n representatie plaatsvinden, in het brein verplaatst en dat geldt dan uiteraard ook voor het gemeenschappelijke interactiepunt van het gehele op dat moment geactiveerde deel van het brein. Het is vervolgens zeer wel denkbaar dat door natuurlijke selectie de locatie van het traject dat het interactiepunt van zo’n representatie in het brein aflegde en het ermee verbonden gemeenschappelijke interactiepunt van het gehele geactiveerde deel van het brein via een verkleinde samenvattende kopie daarvan op een daarvoor geschikte plek in het brein kon worden gevolgd en als locatiespoor c.q. als geheugenspoor in de materiele structuur van het brein kon worden vastgelegd (4). Het is dan ongetwijfeld bovendien mogelijk dat zo’n tijdens het leven van zo’n organisme bewaard spoor op een later tijdstip als aanzet kon functioneren voor de hernieuwde activatie van zo’n oorspronkelijke representatie en dat die dan vervolgens vanuit het samen met de op dat moment in het brein geactiveerde representaties gedeelde gemeenschappelijke interactiepunt als herinnerde representatie immanent kon worden herbeleefd. Als zo’n spoor namelijk steeds weer, wanneer het locatiespoor van een op die eerdere representaties gelijkende op een later tijdstip vanuit de wereld buiten het brein geactiveerde representatie op een ermee overeenkomende plaats in het brein terechtkwam, opnieuw vanuit die opslagplaats geactiveerd werd kon dat spoor zich vervolgens als een steeds verder geoptimaliseerde materiele structuur van het brein gaan ontwikkelen, een in het brein opgebouwd model van een vanuit de wereld buiten het brein op basis van een via herhaalde opslag steeds verder geoptimaliseerde conceptuele voorbereiding van het patroon van later onder invloed van interactie van het organisme geactiveerde representaties en van een zich op basis daarvan ontwikkelend geheugen.
Het is met andere woorden aannemelijk dat het geheugen van organismes met een zenuwstelsel én gedurende hun leven én vervolgens evolutionair werd opgebouwd als een uit conceptuele modellen bestaande structuur van hun brein en dat dit resulteerde in een steeds complexere op hun voortbestaan gerichte interactie met hun omgeving. In die modellen werden dan de patronen vastgelegd van de trajecten die de interactiepunten van onder invloed van de wereld buiten hun brein geactiveerde samenwerkingsverbanden van zenuwcellen in hun brein aflegden. Daarmee representeerden die samenwerkingsverbanden eerst in het geheugen en vervolgens evolutionair als structureel ingebouwd voorbereidend model de gedurende een bepaalde tijd via de zintuigen op specifieke wijze geactiveerde patronen van de invloed van de dingen in de buitenwereld én het gedurende diezelfde periode daarmee gelijk oplopende gedeelte van de permanent in hun brein gerepresenteerde invloed van de homeostatische dynamiek van hun binnenwereld dat de gehele rondom van alle kanten binnenkomende invloed van de dingen in de buitenwereld vertegenwoordigde én het gedeelte van die homeostatische dynamiek dat de reactie van hun binnenwereld op die in hun brein gecombineerd gerepresenteerde van buitenaf binnenkomende invloed vertegenwoordigde. Ze functioneerden met andere woorden als vastgelegd geheugenspoor en daarmee als conceptuele voorbereiding van het patroon van de toekomstige activatie van representaties van de in het brein gecombineerde invloed vanuit de binnen- en buitenwereld.
We kunnen dan nu gaan proberen de immanent beleefde evolutionair opgebouwde conceptuele structuur van de diverse onder invloed van de zintuigen opgebouwde modellen te beschrijven die de basis vormen van de opgebouwde beleving van emoties en instincten en van de daarna geëvolueerde verbeelding.
De allereerste door natuurlijke selectie ontstane weliswaar nog uiterst beperkte maar tegelijkertijd onontkoombare immanent beleefde emotie van organismes met een zenuwstelsel was zoals we gezien hebben het via beschadiging van zijn buitenwand als pijn én drang beleefde besef van hun eigen met de buitenwereld interacterende binnenwereld. Daarna ontwikkelde zich gedurende het individuele leven van die organismes in hun geheugen en op den duur via de herhaaldelijk terugkerende beleving van soortgelijke beschadiging het evolutionair in hun brein opgebouwde conceptuele model van het patroon van die beleefde interactie. Het is met andere woorden deze beschadiging van de buitenwand die als de primitief zintuigelijke aanleiding moet worden gezien van het ontstaan van de zintuigen die de evolutie van niet alleen emotionele maar vervolgens alle daaruit voortkomende beleefde interactie mogelijk maakte. Het eerste model van de op die manier vanuit het interactiepunt van de in het brein gerepresenteerde immanent door het organisme als pijn en drang beleefde interactie kan vervolgens worden voorgesteld als:
enerzijds:
= in de dimensie van de tijd dwars op in één ruimtelijke dimensierichting via de permanent gedurende het leven van het organisme met een zenuwstelsel actuele hoeveelheid rondom van buitenaf drempel overschrijdende de samenhang van zijn als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld al of niet creërende op het op optimale waarde van ultiem bestaan gerichte interactiepunt van die binnenwereld gerichte in dat interactiepunt samenkomende invloed in zijn brein voortdurend actueel als groep gelokaliseerd aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde invloed én via een gradueel niet tot maximaal mogelijke tijdelijk actuele hoeveelheid lokaal van buitenaf via drempel overschrijdende voor zijn in zijn interactiepunt op optimale waarde van ultiem bestaan uitsluitend ongunstig gerichte invloed van beschadiging tijdelijk als in zijn brein als groep gelokaliseerd aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde invloed vanuit die specifieke locaties in het interactiepunt van zijn zo geactiveerde brein als zelf gerepresenteerde interactiepunt van zijn binnenwereld samenkomende invloed immanent als op het zelf gerichte in dat zelf HIER samenkomende NU vanuit dat zelf ten opzichte van als specifieke maat gewaardeerde gemiddeld intens ervaren HIER EN NU als specifieke maat daaronder of boven gewaardeerde specifiek intens ervaren invloed op de creatie van zijn als één ding met de buitenwereld interacterend binnenwereld én
= in de dimensie van de tijd in die eerste ruimtelijke richting dwars daarop in de tweede ruimtelijke dimensierichting uitgebreide tegenover die ten opzichte van die als specifieke maat gewaardeerde gemiddeld intens ervaren HIER EN NU als specifieke maat gewaardeerde specifiek intens ervaren invloed in het brein als groep gelokaliseerd aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde vanuit die specifieke locaties in het interactiepunt van zijn zo in het geactiveerde brein als zelf gerepresenteerde interactiepunt van zijn binnenwereld samenkomende invloed aanvullend immanent op het zelf gerichte HIER in dat op optimale waarde van ultiem bestaan gerichte zelf als kritisch punt samenkomende NU vanuit dat zelf ten opzichte van aspecifiek op optimale waarde van ultiem bestaan gericht gewaardeerde neutraal ervaren HIER EN NU op die centrale waarde van ultiem bestaan uitsluitend ongunstig gericht gewaardeerde uitsluitend negatief ervaren invloed op de creatie van zijn als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld én
= in de dimensie van de tijd in die tweedimensionaal ruimtelijke richting dwars daarop in de derde ruimtelijke dimensierichting uitgebreide tegenover die ten opzichte van die als specifieke maat aspecifiek op optimale waarde van ultiem bestaan gericht gewaardeerde gemiddeld intens neutraal ervaren HIER EN NU als specifieke maat op die optimale waarde van ultiem bestaan uitsluitend ongunstig gericht gewaardeerde specifiek intens uitsluitend negatief ervaren invloed in het brein als groep gelokaliseerd aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde vanuit die specifieke locaties in het interactiepunt van zijn zo in het geactiveerde brein als zelf gerepresenteerde interactiepunt van zijn binnenwereld samenkomende invloed aanvullend immanent als op het zelf gerichte HIER in dat op die centrale waarde van ultiem bestaan gerichte zelf als centraal oppositiepunt NU vanuit dat zelf ten opzichte van alom aspecifiek gericht gewaardeerde rondom ruimtelijk ervaren HIER EN NU specifiek geconcentreerd gericht gewaardeerde lokaal ruimtelijk ervaren invloed op de creatie van zijn als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld én
= dwars op de dimensie van de tijd in driedimensionaal ruimtelijke richting vierdimensionaal tegenover die ten opzichte van die als specifieke maat aspecifiek op optimale waarde van ultiem bestaan gerichte alom aspecifiek gericht gewaardeerde gemiddeld intens neutraal rondom ruimtelijk ervaren HIER EN NU als specifieke maat op optimale waarde van ultiem bestaan uitsluitend ongunstig gericht specifiek geconcentreerd gericht gewaardeerde specifiek intens uitsluitend negatief lokaal ruimtelijk ervaren invloed in het brein als groep gelokaliseerd aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde vanuit die specifieke locaties in het interactiepunt van zijn zo in het geactiveerde brein als zelf gerepresenteerde interactiepunt van zijn binnenwereld samenkomende invloed aanvullend immanent als alzijdig tegenovergesteld op het als zelf gerepresenteerde interactiepunt van de binnenwereld gerichte in dat zelf als observatiepunt HIER EN NU samenkomende vanuit dat zelf als ten opzichte van het rondom alzijdig aspecifiek tegenovergesteld op het zelf gericht gewaardeerde niet-specifiek ervaren HIER EN NU rondom polair tegenovergesteld op het zelf gericht gewaardeerde specifiek lokaal ervaren eenduidig als pijn beleefde invloed op de creatie van zijn als één samenhangend ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld
én anderzijds:
= vierdimensionaal tegengesteld aan die HIER EN NU ten opzichte van die als specifieke maat aspecifiek op optimale waarde van ultiem bestaan gericht alom aspecifiek gericht rondom alzijdig tegenovergesteld op het zelf gericht gewaardeerde gemiddeld intens neutraal rondom ruimtelijk niet-specifiek ervaren HIER EN NU als specifieke maat op die optimale waarde van ultiem bestaan uitsluitend ongunstig gericht geconcentreerd gericht rondom polair tegenovergesteld op het zelf gericht gewaardeerde specifiek intens uitsluitend negatief lokaal ruimtelijk specifiek lokaal ervaren eenduidig als pijn beleefde invloed op de binnenwereld HIER EN NU vanuit de gehele binnenwereld in het brein als groep gelokaliseerd aantal geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde in dat zelfde als zelf gerepresenteerde interactiepunt samenkomende invloed immanent in dat zelf als bron van binnenuit HIER EN NU vanuit dat zelf als specifieke maat op optimale waarde van ultiem bestaan uitsluitend gunstig gerichte geconcentreerd gerichte vanuit het zelf tegenovergesteld gericht gewaardeerde als specifiek intense uitsluitend positief gericht naar buiten gericht lokaal gericht ervaren eenduidig als drang beleefde invloed van de (re)actie van de zo als één samenhangend bestaan beleefde creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld.
Na de eerste via het als evolutionair in het brein ingebouwde model voorbereide in het HIER EN NU als zelf gerepresenteerde op optimale waarde van ultiem onbeperkt samenhangend bestaan gerichte interactiepunt van de binnenwereld door het organisme met een zenuwstelsel als gedifferentieerde mate van uitsluitend ongunstig gericht gewaardeerde uitsluitend negatief ervaren eenduidig als pijn beleefde invloed van beschadiging met de tegengesteld aan die invloed uitsluitend gunstig gericht gewaardeerde eenduidig positief als drang beleefde invloed van de (re)actie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld ontwikkelde zich door natuurlijke selectie aanvullend via lokaal tijdelijk op vergelijkbare wijze zintuigelijk via zenuwuiteinden in zijn brein als aantallen specifiek gedifferentieerd gelokaliseerde groepen geactiveerde zenuwcellen gerepresenteerde op het zo als zelf gerepresenteerde interactiepunt van de binnenwereld gerichte in dat op optimale waarde van ultiem bestaan gerichte zelf samengekomen vanuit dat zelf niet meer uitsluitend ongunstig maar ambigu gewaardeerde rondom polair gedifferentieerd ervaren eenduidig beleefde invloed.
De eerste op die manier na die als primaire emotie als pijn en drang beleefde interactie met de buitenwereld aanvullend door het organisme immanent ambigu gewaardeerde rondom polair gedifferentieerd ervaren eenduidig zintuigelijk en tegengesteld daaraan gewaardeerd ervaren eenduidig als drang beleefde interactie was waarschijnlijk – vanwege de min of meer rechtstreekse wijze waarop hierbij zenuwuiteinden in de buitenwand van zijn binnenwereld werden geactiveerd – samen met actueel via rondom van buitenaf geactiveerde vanuit de binnenwereld gerepresenteerde beleefde invloed tijdelijk via lokaal in de buitenwand door gemiddelde bewegingssnelheid van moleculen geactiveerde in zijn brein gerepresenteerde immanent beleefde invloed van temperatuur en de tegengesteld daaraan gelijktijdig beleefde drang van de in het brein gerepresenteerde invloed van de zich in zijn binnenwereld opbouwende (re)actie. Het in het geheugen en vervolgens evolutionair ontwikkelde model daarvan kan vervolgens worden voorgesteld als:
enerzijds:
= in de dimensie van de tijd dwars op in één ruimtelijke dimensierichting via de permanent gedurende het leven van het organisme met een zenuwstelsel actuele hoeveelheid rondom van buitenaf drempel overschrijdende de samenhang van zijn als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld al of niet creërende op het op optimale waarde van ultieme samenhang gerichte interactiepunt van die binnenwereld gerichte in dat interactiepunt samenkomende invloed voortdurend actueel als in zijn brein gelokaliseerde als specifiek aantal zenuwcellen geactiveerde groep gerepresenteerde invloed én via een gradueel niet tot maximaal mogelijke tijdelijk actuele hoeveelheid lokaal van buitenaf via drempel overschrijdende voor zijn in zijn interactiepunt op optimale waarde van ultieme samenhang al of niet gunstig gerichte invloed van gemiddelde bewegingsfrequentie van moleculen tijdelijk als in zijn brein gelokaliseerde specifiek als specifiek aantal zenuwcellen geactiveerde groep gerepresenteerde invloed vanuit die in het brein specifiek gedifferentieerde locaties in het interactiepunt van zijn zo geactiveerde brein als zelf gerepresenteerde interactiepunt van zijn binnenwereld samenkomende invloed immanent op het zelf gerichte NU in dat zelf HIER samenkomende vanuit dat zelf gecombineerd tijdelijk ten opzichte van als maat gewaardeerde gemiddeld intens beleefde als maat daaronder of boven gewaardeerde specifiek intens beleefde invloed op de creatie van zijn als één ding met de buitenwereld interacterend binnenwereld én
= in de dimensie van de tijd en die eerste ruimtelijke richting dwars daarop in de tweede ruimtelijke dimensierichting uitgebreide tegenover die tijdelijk gecombineerd als ten opzichte van als maat gewaardeerde gemiddeld intens beleefde als maat daaronder of boven gewaardeerde specifiek intens beleefde invloed als in het brein gelokaliseerde geactiveerde groepen zenuwcellen gerepresenteerde vanuit die in het brein specifiek gedifferentieerde locaties in het interactiepunt van zijn zo geactiveerde brein als zelf gerepresenteerde interactiepunt van zijn binnenwereld samenkomende invloed aanvullend immanent op het zelf gerichte NU in dat op optimale waarde van ultieme samenhang gerichte zelf HIER als kritisch punt samenkomende vanuit dat zelf gecombineerd ten opzichte van aspecifiek op optimale waarde gericht gewaardeerde aspecifiek op ultieme samenhang gericht beleefde of op die centrale waarde gunstig of ongunstig gericht gewaardeerde of positief of negatief beleefde invloed op de creatie van zijn als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld én
= in de dimensie van de tijd en die eerste twee ruimtelijke richtingen dwars daarop in de derde ruimtelijke dimensierichting uitgebreide tegenover die tijdelijk gecombineerd ten opzichte van als maat aspecifiek op optimale waarde van ultieme samenhang gericht gewaardeerde gemiddeld intens aspecifiek gericht beleefde als maat op die optimale waarde van ultieme samenhang of gunstig of ongunstig gericht gewaardeerde specifiek intens of positief of negatief gericht beleefde invloed als in het brein gelokaliseerde geactiveerde groepen zenuwcellen gerepresenteerde vanuit die in het brein specifiek gedifferentieerde locaties in het interactiepunt van zijn zo geactiveerde brein samenkomende invloed aanvullend immanent als alzijdig tegenovergesteld op het als zelf gerepresenteerde interactiepunt gerichte NU in dat zelf als observatiepunt HIER samenkomende vanuit dat zelf gecombineerd als ten opzichte van rondom aspecifiek tegengesteld gewaardeerde niet-specifiek beleefde rondom polair tegengesteld gewaardeerde of als warmte als of als koude beleefde invloed op de creatie van zijn als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld én
= dwars op de dimensie van de tijd in drie ruimtelijke dimensierichtingen vierdimensionaal tegenover die tijdelijk ten opzichte van die als maat aspecifiek op optimale waarde van ultieme samenhang gericht rondom aspecifiek tegengesteld gewaardeerde gemiddeld intens aspecifiek op die optimale waarde van ultieme samenhang gericht als niet-specifieke temperatuur beleefde als maat op die optimale waarde van ultieme samenhang of gunstig of ongunstig gericht rondom polair tegenovergesteld gewaardeerde specifiek intens of positief of negatief gericht beleefde ambigu specifiek of als warmte of als koude beleefde invloed als in het brein gelokaliseerde geactiveerde groepen zenuwcellen gerepresenteerde vanuit die in het brein specifiek gedifferentieerde locaties in het interactiepunt van zijn zo geactiveerde brein als zelf gerepresenteerde interactiepunt van zijn binnenwereld samenkomende invloed aanvullend immanent als rondom én lokaal op het zelf gerichte in dat zelf HIER EN NU als centraal oppositiepunt vanuit dat zelf gecombineerd geconcentreerd gewaardeerde ruimtelijk gelokaliseerd beleefde ten opzichte van alzijdig gewaardeerde ruimtelijk rondom beleefde invloed op de creatie van zijn als één samenhangend ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld
én anderzijds:
= vierdimensionaal tegenover die HIER EN NU gecombineerd ten opzichte van die als maat aspecifiek op optimale waarde van ultieme samenhang gericht rondom aspecifiek tegengesteld alzijdig gewaardeerde gemiddeld intens aspecifiek op die optimale waarde van ultieme samenhang gericht als niet-specifieke temperatuur rondom ruimtelijk beleefde als maat op die optimale waarde van ultieme samenhang of gunstig of ongunstig gericht rondom polair tegenovergesteld geconcentreerd gewaardeerde specifiek intens of positief of negatief gericht beleefde ambigu specifiek of als warmte of als koude lokaal ruimtelijk beleefde invloed op de binnenwereld gestelde als bijdrage aan de samen met de overige zintuigen gewaardeerd beleefde invloed tegenover die invloed gestelde overige vanuit de gehele binnenwereld als in het brein gelokaliseerde geactiveerde groep zenuwcellen gerepresenteerde in het gerepresenteerde gemeenschappelijk interactiepunt van het zo geactiveerde brein samenkomende invloed immanent vanuit datzelfde in het brein als zelf gerepresenteerde interactiepunt HIER EN NU als bron van binnenuit als maat uitsluitend specifiek op optimale waarde gerichte geconcentreerd gewaardeerde specifiek intens eenduidig op ultieme samenhang gerichte als drang lokaal ruimtelijk naar buiten gericht beleefde invloed van de (re)actie van de zo als één samenhangend bestaan beleefde creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld.
Deze na de primaire als pijn en drang eenduidig beleefde emotie geëvolueerde als ambigu gericht gewaardeerde alom polair gedifferentieerd ervaren specifiek eenduidig zintuigelijk beleefde temperatuur en daarmee verbonden tegengesteld ambigu gericht gewaardeerd alom polair gedifferentieerd ervaren eenduidig beleefde drang vulde zoals gezegd die primaire emotie aan en wel met op dat zelf gerichte HIER EN NU in dat op optimale waarde van ultiem bestaan gerichte zelf vanuit dat zelf immanent ten opzichte van aspecifiek op die optimale waarde van ultiem bestaan gericht gewaardeerde neutraal alzijdig ruimtelijk rondom tegengesteld aspecifiek tegenover het zelf gesteld niet-specifiek ervaren HIER EN NU hetzij gunstig gericht gewaardeerde positief ervaren hetzij ongunstig gewaardeerde negatief ervaren rondom ruimtelijk polair tegengesteld specifiek lokaal ruimtelijk alom polair gedifferentieerd tegenover dat zelf gesteld ervaren vierdimensionaal specifiek eenduidig zintuigelijk beleefde mate van invloed samen met ruimtelijk tegengesteld aan die gecombineerd gewaardeerd ervaren eenduidig beleefde invloed gerichte in de tijd ermee gelijk oplopend in dat uitsluitend op optimale waarde van ultiem bestaan gerichte zelf vanuit dat zelf als gewaardeerd ervaren eenduidig als drang beleefde mate van invloed van de zich in de binnenwereld naar buiten gericht opbouwende (re)actie waarbij die ambigu gericht gewaardeerde polair gedifferentieerd ervaren specifiek eenduidig zintuigelijke beleving door de impliciet mogelijke primair uitsluitend ongunstig gewaardeerde negatief ervaren eenduidige beleving van pijn en uitsluitend gunstig gewaardeerde positief ervaren beleving van drang begrensd bleef en de zich via zintuigelijke voorbereiding in de binnenwereld opgebouwde (re)actie zich zo in de buitenwereld eenduidig niet alleen als genuanceerder maar tegelijkertijd ook nauwkeuriger op optimale waarde van ultiem bestaan gericht gedrag van het met die buitenwereld interacterende organisme manifesteerde.
De eerste via natuurlijke selectie geëvolueerde emoties van organismes kunnen worden gekarakteriseerd als via interactie met de buitenwereld specifiek van buitenaf én tegelijkertijd van binnenuit beleefde invloed op de binnenwereld gecombineerd met rechtstreeks of op relatief weinig complexe wijze daarmee verbonden zich in de binnenwereld in tegengestelde richting opgebouwde als drang van binnenuit beleefde invloed van zich onmiddellijk of min of meer onmiddellijk in de buitenwereld manifesterend gedrag. Die evolutionaire zich via de primaire emotie op basis van de als diepste meetlat van potentiele pijn voltrekkende zintuigelijk nuancerende ontwikkeling leidde noodzakelijkerwijs tot toenemend complex zintuigelijk samengestelde emoties en tot zich op den duur als emotionele reeksen ontwikkelende instincten, dat wil zeggen tot zich via geleidelijk zo nodig meer tijd in beslag nemende steeds complexere voorbereiding van het zich op optimale waarde van ultiem bestaan richtende gedrag van het met de buitenwereld interacterende organisme.
Tast, dat wil zeggen immanent door het organisme met een zenuwstelsel beleefde drukkracht en de daarmee gepaard gaande drang bestaat vervolgens uit via het conceptuele model van het via het herhaaldelijk terugkerende evolutionair ingebouwde patroon van eerdere representaties in het brein van het organisme voorbereide lokaal via voor drukkrachten gevoelige cellen in de buitenwand van zijn binnenwereld geactiveerde zenuwuiteinden tijdelijk in zijn brein gerepresenteerde invloed en de tegengesteld aan die invloed als drang beleefde op de buitenwereld gerichte invloed van de zich ontwikkelende (re)actie van de binnenwereld van het organisme. Het model van die immanent beleefde drukkrachten en de daarmee verbonden drang kan vervolgens worden voorgesteld als:
enerzijds:
= tegenover het gemiddelde van alle in dat zelf samengekomen rondom via de buitenwand van zijn binnenwereld aspecifiek verdeelde de eenheid van zijn binnenwereld al of niet creërende neutraal gewaardeerde invloed lokaal specifiek door drukkrachten via in de buitenwand van die binnenwereld gesitueerde zenuwuiteinden geactiveerde in het brein gerepresenteerde in één in de dimensie van de tijd doorlopend NU gradueel van niet tot maximale mate van of boven of onder die neutraal gewaardeerde invloed gecombineerd specifiek als drukkracht beleefde invloed op de creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld
= én tegenover dat zelf gradueel van niet tot maximale mate van via de buitenwand van de binnenwereld driedimensionaal ruimtelijk HIER gelokaliseerde gerichtheid van de invloed van die specifiek als mate van drukkracht beleefde invloed op de creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld
= én tegenover die in dat zelf samengekomen neutraal gewaardeerde invloed van tweedimensionaal HIER tegengesteld ten opzichte van elkaar verdeelde specifiek of als compressie of als decompressie gewaardeerde EN gradueel van niet tot maximale mate van in de dimensie van de tijd doorlopend NU gewaardeerde én dwars op die twee dimensies in één dimensie HIER EN in de dimensie van de tijd NU polair gradueel van niet tot maximale mate van of positief of negatief gewaardeerde gerichtheid van de invloed van die mate van gericht gelokaliseerde specifiek als drukkracht beleefde invloed op de creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld
én anderzijds tegenover die gecreëerde invloed vanuit datzelfde zelf als centrum van binnenuit actief:
= als drang van de op voortzetting van zijn bestaan als positieve waarde gericht beleefde invloed van de creatie van de naar buiten gerichte actie van zijn als eenheid met de buitenwereld interacterende binnenwereld.
Net als bij de beleving van temperatuur bleef deze tastbeleving door beleving van pijn en drang begrensd, terwijl die werd aangevuld met een tegenover een gedifferentieerde mate van polair verdeelde mate van of positief of negatief gewaardeerde gerichtheid van die of als compressie of als decompressie gewaardeerde beleving van de invloed van drukkracht verbonden vanuit het zelf als bron beleefde mate van ambigu gerichte drang. Met andere woorden, het in het organisme ontstane specifieke besef van tast en drang leidde op deze wijze tot een genuanceerdere creatie van zijn gedrag én een grotere mate van nauwkeurigheid van de creatie van zijn op voortzetting van het bestaan van zijn binnenwereld gerichte gedrag.
De ervaring van smaak en de daaraan gekoppelde drang, bestaat vervolgens uit de via lokaal in de tong en mondholte gesitueerde in de buitenwand van de binnenwereld van het organisme voor bepaalde chemische stoffen gevoelige cellen tijdelijk geactiveerde zenuwuiteinden via het conceptuele model van het steeds weer terugkerende patroon van gelijksoortige ervaringen door die herhaling in het brein van het organisme evolutionair ingebouwde voorbereiding tijdelijk in zijn brein gerepresenteerde invloed gecombineerd met het ermee gelijk oplopende gedeelte van de gedurende het leven van het organisme permanent actueel geactiveerde representatie van de homeostatische invloed van zijn binnenwereld dat alle rondom via de buitenwand van zijn binnenwereld ontvangen invloed representeert plus het in het brein gerepresenteerde gedeelte van de homeostatische invloed dat de met die ontvangen invloed verbonden daartegenover op de buitenwereld gerichte (re)actie van de binnenwereld van het organisme representeert. Het model van de vanuit het gemeenschappelijke interactiepunt van zijn zo geactiveerde brein immanent beleefde smaak en drang van de in dat interactiepunt samenkomende in het brein gerepresenteerde creatie van de interactie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld is vervolgens een vanuit één vierdimensionaal HIER EN NU beleefd zelf:
enerzijds op dat zelf als centrale waarde gerichte:
= tegenover het gemiddelde van alle in dat zelf samengekomen rondom via de buitenwand van zijn binnenwereld aspecifiek verdeeld geactiveerde de eenheid van die binnenwereld al of niet creërende neutraal gewaardeerde lokaal via in de tong en mondholte in de buitenwand van die binnenwereld gesitueerde zenuwuiteinden specifiek door voor bepaalde chemische stoffen gevoelige cellen geactiveerde in het brein gerepresenteerde in één in de dimensie van de tijd doorlopend NU gradueel van niet tot maximale mate van of boven of onder die neutraal gewaardeerde specifiek als smaak beleefde invloed op de creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld
= én tegenover dat zelf gradueel van niet tot maximale mate van via de buitenwand van de binnenwereld driedimensionaal ruimtelijk HIER gelokaliseerde gerichtheid van die specifiek als smaak beleefde mate van invloed op de creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld
= én tegenover die in dat zelf samengekomen neutraal gewaardeerde invloed van tweedimensionaal HIER tegengesteld ten opzichte van elkaar verdeelde specifiek of als zout of als zoet én dwars daarop of als zuur of als bitter EN gradueel van niet tot maximale mate van in de dimensie van de tijd doorlopend NU gewaardeerde én dwars op die twee ruimtelijke dimensies in één dimensie HIER EN in de dimensie van de tijd NU polair gradueel van niet tot maximale mate van of positief of negatief gewaardeerde gerichtheid van die mate van gericht gelokaliseerde specifiek als smaak beleefde invloed op de creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld
én anderzijds tegenover die gecreëerde invloed vanuit datzelfde zelf als centrum van binnenuit actief:
= als drang van de op voortzetting van zijn bestaan als positieve waarde gericht beleefde invloed van de creatie van de naar buiten gerichte actie van zijn als eenheid met de buitenwereld interacterende binnenwereld.
Het in het organisme ontstane specifieke besef van smaak en drang ging met andere woorden gepaard met een genuanceerdere creatie van zijn gedrag én een grotere mate van nauwkeurigheid van de creatie van zijn op voortzetting van het bestaan van zijn binnenwereld gerichte eet- en drinkgedrag.
De ervaring van reuk en de daaraan gekoppelde drang, bestaat vervolgens uit de via lokaal in de neusholte gesitueerde in de buitenwand van de binnenwereld van het organisme voor bepaalde chemische stoffen in gassen gevoelige cellen tijdelijk geactiveerde zenuwuiteinden via het conceptuele model van het steeds weer terugkerende patroon van gelijksoortige ervaringen door die herhaling in het brein van het organisme evolutionair ingebouwde voorbereiding in zijn brein gerepresenteerde invloed gecombineerd met het ermee gelijk oplopende gedeelte van de gedurende het leven van het organisme permanent actueel geactiveerde representatie van de homeostatische invloed van zijn binnenwereld dat alle rondom via de buitenwand van zijn binnenwereld ontvangen invloed representeert plus het in het brein gerepresenteerde gedeelte van de homeostatische invloed dat de met die ontvangen invloed verbonden daartegenover op de buitenwereld gerichte (re)actie van de binnenwereld van het organisme representeert. Het model van de vanuit het gemeenschappelijke interactiepunt van zijn zo geactiveerde brein immanent ervaren beleving van reuk en drang van de in dat interactiepunt samenkomende in het brein gerepresenteerde creatie van de interactie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld is vervolgens een vanuit één vierdimensionaal HIER EN NU beleefd zelf:
enerzijds op dat zelf als centrale waarde gerichte:
= tegenover het gemiddelde van alle in dat zelf samengekomen rondom via de buitenwand van zijn binnenwereld aspecifiek verdeeld geactiveerde de eenheid van die binnenwereld al of niet creërende neutraal gewaardeerde lokaal via in de neusholte in de buitenwand van die binnenwereld gesitueerde zenuwuiteinden specifiek voor bepaalde chemische stoffen in gassen gevoelige cellen geactiveerde in het brein gerepresenteerde in één in de dimensie van de tijd doorlopend NU gradueel van niet tot maximale mate van of boven of onder die neutraal gewaardeerde invloed gecombineerde specifiek als reuk beleefde invloed op de creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld
= én tegenover dat zelf gradueel van niet tot maximale mate van via de buitenwand van de binnenwereld driedimensionaal ruimtelijk HIER gelokaliseerde gerichtheid van die specifiek als mate van reuk beleefde invloed op de creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld
= én tegenover die in dat zelf samengekomen neutraal gewaardeerde invloed van tweedimensionaal HIER tegengesteld ten opzichte van elkaar verdeelde specifiek als gedifferentieerde geur EN gradueel van niet tot maximale mate van in de dimensie van de tijd doorlopend NU gewaardeerde én dwars op die twee ruimtelijke dimensies in één dimensie HIER EN in de dimensie van de tijd NU polair gradueel van niet tot maximale mate van of positief of negatief gewaardeerde gerichtheid van die mate van gericht gelokaliseerde specifiek als reuk beleefde invloed op de creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld
én anderzijds tegenover die gecreëerde invloed vanuit datzelfde zelf als centrum van binnenuit actief:
= als drang van de op voortzetting van zijn bestaan als positieve waarde gericht beleefde invloed van de creatie van de naar buiten gerichte actie van zijn als eenheid met de buitenwereld interacterende binnenwereld.
Het in het organisme ontstane specifieke besef van reuk en drang ging met andere woorden gepaard met een genuanceerdere creatie van zijn gedrag én een grotere mate van nauwkeurigheid van de creatie van zijn op voortzetting van het bestaan van zijn binnenwereld gerichte gedrag.
Het is belangrijk kort stil te staan bij de tot nu toe beschreven ontwikkeling van zintuigelijk beleefde interactie voordat we verder gaan met het gehoor en het gezichtsvermogen. Zoals hiervoor aangegeven kunnen de eerste via natuurlijke selectie geëvolueerde emoties gekarakteriseerd worden als via interactie met de buitenwereld van buitenaf en tegelijkertijd van binnenuit beleefde invloed op de binnenwereld gecombineerd met rechtstreeks of op relatief weinig complexe wijze daarmee verbonden zich in de binnenwereld opgebouwde als drang van binnenuit beleefde invloed van zich onmiddellijk of min of meer onmiddellijk in de buitenwereld manifesterend gedrag. De evolutionaire zich via de primaire emotie op basis van de als meetlat van potentiele pijn voltrekkende zintuigelijk nuancerende ontwikkeling leidde noodzakelijkerwijs tot complexer samengestelde emoties en tot zich op den duur als emotionele reeksen ontwikkelende instincten, dat wil zeggen tot zich via geleidelijk zo nodig meer tijd in beslag nemende steeds complexere voorbereiding van het zich op optimale waarde van ultiem bestaan richtende gedrag van het met de buitenwereld interacterende organisme.
Bij de zintuigelijke beleving van temperatuur ging het vervolgens om de rechtstreekse interactie van de buitenwand van het organisme met de gemiddelde frequentie van druk- en trekkrachten van moleculen, dat wil zeggen om interactie met dingen die qua omvang overeenkwamen met de dingen waaruit het organisme zelf was samengesteld. Bij tast betrof het dan vervolgens rechtstreekse interactie met dingen met een met het organisme als geheel vergelijkbare omvang (dat wil zeggen inclusief dingen die als één groep met een zodanige omvang door gas en vloeistof gezamenlijk voortbewegende moleculen als één samenhangend geheel met het organisme interacteerden). Bij smaak betrof het beleving van de rechtstreekse interactie met moleculen die al of niet via het spijsverteringskanaal tot de binnenwereld van het organisme werden toegelaten en bij reuk ging het om moleculen die al of niet via de luchtwegen en het spijsverteringskanaal tot die binnenwereld werden toegelaten maar eventueel afkomstig konden zijn van dingen die zich op afstand van de buitenwand bevonden. Bij reuk ging het daarbij vervolgens ook om het aan de hand van consequenties van het eerder via beleving van specifieke geuren en drang gecreëerde eenduidige gedrag in de zin van de op basis van de bewegingsrichting van het organisme in de buitenwereld toe- of afgenomen mate van of gunstig of ongunstig gewaardeerde of positieve of negatief ervaren invloed in het geheugen en vervolgens evolutionair ingebouwde feedback. Die in het zintuigelijke conceptuele model van het patroon van eerdere herhaaldelijk terugkerende representaties opgenomen feedback van eerder gedrag vormde een aanvullende bijdrage aan de steeds complexere voorbereiding van de via het zelf immanent beleefde interactie van het organisme.
De inclusief die feedback HIER EN NU in het zelf samengekomen vanuit dat zelf immanent gewaardeerd ervaren beleving van de invloed van buitenaf richtte zich in dat eenduidig op optimale waarde van ultiem bestaan gerichte als omslagpunt beleefde zelf óf tegengesteld ten opzichte van dat zelf ongunstig gericht gewaardeerd ervaren óf samen met ten opzichte van dat zelf gunstig gericht gewaardeerd positief ervaren vanuit dat als zelf beleefde interactiepunt van de binnenwereld eenduidig beleefde invloed van buitenaf én de tegengesteld daaraan vanuit dat zelf gewaardeerd ervaren als drang beleefde invloed van binnenuit, dat wil zeggen van de (re)actie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld. Dit impliceerde dat de als specifieke maat specifiek gemiddeld intens aspecifiek op optimale waarde van ultiem bestaan gericht neutraal alom aspecifiek gericht rondom ruimtelijk alzijdig aspecifiek tegengesteld ten opzichte van het zelf gericht gewaardeerde niet-specifiek ervaren invloed op de binnenwereld ten opzichte waarvan die lokaal zintuigelijk geactiveerde invloed als tijdelijk specifieke maat specifiek intens op die optimale waarde van ultiem bestaan of als gunstig gericht positief of als ongunstig gericht negatief specifiek geconcentreerd gericht lokaal ruimtelijk rondom polair tegenovergesteld op het zelf gericht werd gewaardeerd en specifiek lokaal werd ervaren én gecombineerd specifiek zintuigelijk eenduidig werd beleefd in het als zelf gerepresenteerde interactiepunt vanuit dat zelf als richtpunt werd beleefd van de nog niet optimaal gerealiseerde waarde van het als onbeperkte samenhang na te streven ultieme bestaan. Het zelf manifesteerde zich hiermee als het via ambigue waardering polaire ervaring zintuigelijk én via drang evaluerend en oordelend beleefde interactiepunt van zijn als één samenwerkingsverband eenduidig met de buitenwereld interacterende binnenwereld, dat wil zeggen als één levend zijn gecreëerde binnenwereld beoordelend én oordelend die binnenwereld creërend punt *.

De op deze wijze mede op basis van consequenties van eerder in de buitenwereld gemanifesteerd gedrag in het organisme ontstane via specifiek zintuigelijk én via drang beoordelende én oordelende beleving van de interactie van zijn binnenwereld met de buitenwereld leidde tot zich als steeds genuanceerder en nauwkeuriger gericht gedrag in de vorm van emoties, instincten en uiteindelijk in de vorm van verbeelding op samenhangende eenheid gerichte creatie van zijn interactie met de buitenwereld. Dat een in rechtstreeks positieve en negatieve richting gedifferentieerd gewaardeerd ervaren beleving in het nu te bespreken zintuigelijke model van het gehoor en het gezichtsvermogen ontbreekt moet dan ook in het licht van die verdere precisering en nuancering van de via de zintuigen opgebouwde emoties, instincten en verbeelding worden gezien.
Het zintuigelijke model van het gehoor bestaat uit:
enerzijds:
= in de dimensie van de tijd dwars op in één ruimtelijke dimensierichting via de permanent gedurende het leven van het organisme met een zenuwstelsel aspecifieke hoeveelheid rondom van buitenaf drempel overschrijdende de samenhang van zijn als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld al of niet creërende op het op optimale waarde van ultieme samenhang gerichte interactiepunt van die binnenwereld gerichte in dat interactiepunt samenkomende invloed voortdurend actueel als in zijn brein gelokaliseerde als specifiek aantal geactiveerde groep zenuwcellen gerepresenteerde in het interactiepunt van zijn zo geactiveerde brein samenkomende invloed én via een gradueel niet tot maximaal mogelijke specifieke hoeveelheid lokaal van buitenaf via drempel overschrijdende voor zijn in zijn interactiepunt op optimale waarde van ultieme samenhang al of niet gunstig gerichte invloed van via specifiek voor de frequentie van zich in gas en vloeistof voortplantende drukverschillen gevoelige cellen in het gehoororgaan geactiveerde zenuwuiteinden tijdelijk in zijn brein gelokaliseerde als specifiek aantal geactiveerde groep zenuwcellen gerepresenteerde in het interactiepunt van zijn zo geactiveerde brein samenkomende invloed in dat vanuit specifiek gedifferentieerde locaties immanent op het als zelf gerepresenteerde interactiepunt van de binnenwereld gerichte NU in dat zelf HIER samenkomende vanuit dat zelf gecombineerd tijdelijk zowel onder als boven als maat gewaardeerde specifiek luid beleefde ten opzichte van als maat gewaardeerde als gemiddelde luidheid beleefde invloed op de creatie van zijn als één ding met de buitenwereld interacterend binnenwereld én
= in de dimensie van de tijd en die eerste ruimtelijke richting dwars daarop in de tweede ruimtelijke dimensierichting uitgebreide tegenover die tijdelijk gecombineerd als maat gewaardeerde specifiek luid ten opzichte van als maat gewaardeerde als gemiddelde luidheid beleefde invloed als in het brein gelokaliseerde geactiveerde groepen zenuwcellen gerepresenteerde vanuit specifieke locaties in het gemeenschappelijk interactiepunt van het zo geactiveerde brein samenkomende invloed aanvullend immanent op het als zelf gerepresenteerde interactiepunt gerichte NU in dat zelf HIER als oriëntatiepunt samenkomende vanuit dat zelf gecombineerd als hoogte gewaardeerde specifieke geluidshoogte beleefde ten opzichte van als hoogte gewaardeerde als aspecifieke geluidshoogte beleefde invloed op de creatie van zijn als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld én
= in de dimensie van de tijd en die eerste twee ruimtelijke richtingen dwars daarop in de derde ruimtelijke dimensierichting uitgebreide tegenover die tijdelijk gecombineerd als maat en hoogte gewaardeerde specifiek luid als specifieke geluidshoogte of boven of onder gedifferentieerd ten opzichte van als maat en hoogte gewaardeerde als gemiddelde luidheid en aspecifieke geluidshoogte beleefde invloed als in het brein gelokaliseerde geactiveerde groepen zenuwcellen gerepresenteerde vanuit specifieke locaties in het gemeenschappelijk interactiepunt van het zo geactiveerde brein samenkomende invloed aanvullend immanent als alzijdig tegenovergesteld op het als zelf gerepresenteerde interactiepunt gerichte NU in dat zelf als oriëntatiepunt HIER samenkomende vanuit dat zelf gecombineerd als rondom polair tegenovergesteld gewaardeerde als specifieke klankkleur beleefde ten opzichte van rondom aspecifiek tegengesteld gewaardeerde niet-specifieke klankkleur beleefde invloed op de creatie van zijn als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld én
= dwars op de dimensie van de tijd in drie ruimtelijke dimensierichtingen vierdimensionaal tegenover die tijdelijk gecombineerd als maat, hoogte, rondom polair tegenovergesteld gewaardeerde specifiek luid, als specifieke geluidshoogte of boven of onder en als specifieke klankkleur beleefde gedifferentieerd ten opzichte van als maat, hoogte en rondom tegenovergesteld als gemiddelde luidheid, aspecifieke geluidshoogte en aspecifieke klankkleur beleefde invloed als in het brein gelokaliseerde geactiveerde groepen zenuwcellen gerepresenteerde vanuit specifieke locaties in brein in het gemeenschappelijk interactiepunt van het zo geactiveerde brein samenkomende invloed aanvullend immanent als rondom én lokaal op het als zelf gerepresenteerde interactiepunt van de binnenwereld gerichte in dat zelf HIER EN NU als centraal middelpunt vanuit dat zelf gecombineerd geconcentreerd gewaardeerde lokaal ruimtelijk beleefde ten opzichte van alzijdig gewaardeerde rondom ruimtelijk beleefde invloed op de creatie van zijn als één samenhangend ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld
én anderzijds:
= vierdimensionaal tegenover die HIER EN NU gecombineerd als maat, hoogte, rondom polair tegenovergesteld en geconcentreerd gewaardeerde specifiek luid, als specifieke geluidshoogte of boven of onder en als specifieke klankkleur lokaal ruimtelijk beleefde gedifferentieerd ten opzichte van als maat, hoogte, rondom tegenovergesteld en alzijdig gewaardeerde als gemiddelde luidheid, aspecifieke geluidshoogte, aspecifieke klankkleur en rondom ruimtelijk beleefde invloed op de binnenwereld gestelde als bijdrage aan de samen met de overige zintuigen gewaardeerd beleefde invloed tegenover die invloed gestelde overige vanuit de gehele binnenwereld als in het brein gelokaliseerde geactiveerde groep zenuwcellen gerepresenteerde in het gerepresenteerde gemeenschappelijke interactiepunt van het zo geactiveerde brein samenkomende invloed vanuit datzelfde in het brein immanent als zelf gerepresenteerde interactiepunt HIER EN NU als bron van binnenuit als maat uitsluitend specifiek op optimale waarde gerichte geconcentreerd gewaardeerde specifiek intens eenduidig op ultieme samenhang gerichte als drang lokaal ruimtelijk naar buiten gericht beleefde invloed van de (re)actie van de zo als één samenhangend bestaan beleefde creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld.
Het in het organisme ontstane specifieke besef van geluid en drang ging op deze wijze gepaard met genuanceerder en nauwkeuriger op samenhang van zijn binnenwereld gericht eet- en drinkgedrag.
Het gezichtsvermogen, de specifieke ervaring licht en de indirect daarmee verbonden emotionele drang tot gedrag, bestaat uit de via lokaal in de ogen gesitueerde in de buitenwand van de binnenwereld van het organisme voor bepaalde frequentiebreedte van elektromagnetische straling gevoelige cellen tijdelijk geactiveerde zenuwuiteinden via het conceptuele model van het steeds weer terugkerende patroon van gelijksoortige ervaringen door die herhaling in het brein van het organisme evolutionair ingebouwde voorbereiding in zijn brein gerepresenteerde invloed gecombineerd met het ermee gelijk oplopende gedeelte van de gedurende het leven van het organisme permanent actueel geactiveerde homeostatische invloed van zijn binnenwereld dat alle rondom via de buitenwand van zijn binnenwereld ontvangen invloed representeert invloed plus het in het brein gerepresenteerde gedeelte van de homeostatische invloed dat de met die ontvangen invloed verbonden actie van de binnenwereld van het organisme representeert. De vanuit het gemeenschappelijke interactiepunt van zijn zo geactiveerde brein immanent ervaren beleving van licht en drang van de in dat interactiepunt samenkomende in het brein gerepresenteerde creatie van de interactie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld kan vervolgens worden voorgesteld als het model van een vanuit één vierdimensionaal HIER EN NU beleefd zelf:
enerzijds op dat zelf als oriëntatiepunt van zijn centrale waarde gerichte:
= tegenover het gemiddelde van alle in dat zelf samengekomen rondom via de buitenwand van zijn binnenwereld aspecifiek verdeeld geactiveerde in het brein gerepresenteerde de eenheid van die binnenwereld al of niet creërende neutraal gewaardeerde invloed lokaal in de ogen via de buitenwand van die binnenwereld voor bepaalde frequentiebreedte van elektromagnetische straling gevoelige cellen gradueel van niet tot maximale mate van polair boven of onder die neutraal gewaardeerde vierdimensionaal doorlopend HIER EN NU gradueel van niet tot maximale mate van of als hoger dan die neutraal gewaardeerde of als lager dan die gemiddelde frequentie gewaardeerde sterkte van specifiek als licht beleefde invloed op de creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld
= én tegenover dat zelf gradueel van niet tot maximale mate van via de buitenwand van de binnenwereld driedimensionaal ruimtelijk HIER gelokaliseerde gerichtheid van die mate van specifiek als licht beleefde invloed op de creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld
= én tegenover die in dat zelf samengekomen neutraal gewaardeerde invloed gradueel van niet tot maximale mate van tegengesteld ten opzichte van elkaar vierdimensionaal HIER EN NU polair verdeelde specifiek als kleur gewaardeerde invloed van die mate van gericht gelokaliseerde specifiek als licht beleefde invloed op de creatie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld
én anderzijds tegenover die gecreëerde invloed vanuit datzelfde zelf als bron van zijn centrale waarde van binnenuit actief:
= als bijdrage aan het samen met de overige zintuigen beleefde drang van de creatie van de op voortzetting van zijn bestaan als positieve waarde gerichte eigen emotionele gedrag van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld van het organisme.
Het in het organisme ontstane specifieke besef van licht en drang leidde op deze wijze tot een meer genuanceerd en nauwkeuriger op voortzetting van de creatie van zijn binnenwereld gericht gedrag van het organisme.
Na en binnen tegenover de binnenwereld via de buitenwand ontvangen aanvankelijke uitsluitend negatief als pijn gewaardeerde en als drang uitsluitend reactief beleefde invloed was door natuurlijke selectie op deze wijze ambigue zintuigelijke inbreng van beleefde invloed ontstaan die tot steeds genuanceerder, meer open en preciezer voorbereid op voortzetting van de creatie van zijn binnenwereld gerichte gedrag van het organisme leidde. Via deze gecombineerd zintuigelijk beleefde invloed ontstond op deze wijze de uit modellen bestaande complexe structuur van de via het geheugen in het brein en vervolgens via evolutionair aangeboren patronen van emoties en instincten beleefde die vervolgens tot het ontstaan van de beleefde creatie van het via zijn verbeelding gecreëerde gedrag van het organisme leidde.
Organismes met een zenuwstelsel ontwikkelden zich met andere woorden in eerste instantie op basis van een gedurende hun individuele levens opgebouwde structuur van het geheugen en op den duur aanvullend op basis van collectief evolutionair ingebouwde zintuigelijke voorbereiding en zo op basis van een vervolgens aangeboren stelsel van emoties en instincten daar weer op aansluitend én dankzij hun eigen individuele geheugen vooruitlopend verder. Daarbij vond op den duur een accentverschuiving plaats van onmiddellijke specifiek inhoudelijk emotionele beleving en gedrag naar complexe ketens van instinctmatige belevingen en gedragingen en bouwden representaties in het brein van individuele organismes voort in de richting van een steeds genuanceerder steeds verder geoptimaliseerd stelsel van via modellen van patronen voorbereidende specifiek inhoudelijk interpreterende beleving van de waardering en drang van de creatie van het op voortzetting van het bestaan gerichte gedrag. De in het brein bewaarde modellen van patronen kwamen daarbij in zekere zin verwijderd te staan van het gedrag dat eruit voortkwam en ontwikkelden zich vooral steeds verder als conceptuele voorbereiding van dat gedrag.
De interactie van de in zijn brein gerepresenteerde interactie van het organisme met het uit interacterende dingen bestaande gebeuren in de wereld buiten zijn brein wordt dan vanuit het gemeenschappelijke interactiepunt van die representaties als een ding beleefd wanneer het conceptuele model van een gedeelte van die interactie relatief onveranderlijk is en wordt dan vervolgens als interactiepatroon beleefd als het conceptuele model van een gedeelte van die interactie een samenhangend veranderende reeks van die zo beleefde dingen vormt. Elke op deze wijze vanuit de wereld buiten het brein geactiveerde representatie wordt als een uit modellen van patronen bestaand concept van een gebeurtenis opgebouwd die zo als een samenhangend veranderende eenheid vanuit het interactiepunt van het brein immanent wordt beleefd. Met andere woorden, een concept moet worden beschouwd als een zich via modellen van patronen ontwikkelende in het geheugen bewaarde en vervolgens vanuit het geheugen in het brein in het hier-en-nu als gereactiveerde gebeurtenis beleefde waarderende interpretatie van de in het brein interacterende representaties van het uit interacterende dingen bestaande steeds met beleefde drang van de creatie van de eigen actie gepaard gaande gebeuren buiten het brein.
Op basis van aangeboren zintuigelijk opgebouwde emotionele en instinctmatige voorbereiding en van het gedurende het individuele leven opgebouwde geheugen interacteerden echter in de intermediaire binnenwereld van het brein niet alleen conceptueel voorbereide in het brein geactiveerde representaties van de actuele invloed vanuit de buitenwereld en de binnenwereld waarbij die actueel gereactiveerde representaties met elkaar maar ook met eerder in het brein vastgelegde representaties die op dat moment waren gereactiveerd en vanuit het hier-en-nu van hun gemeenschappelijke interactiepunt immanent werden beleefd. Die representaties konden als gevolg van die onderlinge interactie in het brein bovendien door splitsing en samenvoeging veranderingen ondergaan waarbij ze dan vervolgens weer als veranderde concepten konden worden vastgelegd en later weer gereactiveerd konden worden waardoor die concepten zich in feite door die steeds weer hervatte onderlinge interactie binnen het brein onbeperkt konden ontwikkelen. Daarbij kwam ook nog dat de interactie van die via de interne feedbackloop van in het geheugen bewaarde en vervolgens herinnerde gereactiveerde concepten bovendien steeds met actueel vanuit de buitenwereld geactiveerde representaties waren verbonden waardoor die concepten zich, omdat de output van het organisme in de vorm van gedrag via zintuigelijke input van de externe gevolgen ervan in de buitenwereld steeds weer opnieuw in het brein werd terugontvangen ook als externe feedbackloop met de wereld buiten het brein ontwikkelden waardoor die eerdere output de voorbereiding van erop volgende output met terugwerkende kracht cyclisch beïnvloedde. Er was met andere woorden een via het hier-en-nu van het interactiepunt van het brein verlopende het verleden met de toekomst verbindende dubbele feedbackloop ontstaan, terwijl het voor de continuïteit van de richting van de voortdurend door onderlinge interactie interpreterend veranderende representaties en gereactiveerde concepten in het brein beleefde creatie doorslaggevend bleef dat die zich steeds voltrok ten opzichte van het permanent actueel gerepresenteerde als zelf beleefde én vanuit datzelfde zelf beleefde middelpunt van de op stabiele samenhang gerichte homeostase c.q. interactiepunt van de op samenhangende stabiliteit gerichte met de buitenwereld interacterende binnenwereld van het organisme.
De conceptueel voorbereide representaties en gereactiveerde concepten die zich in het brein inhoudelijk aanvankelijk nog als zeer beperkte specifieke beleving manifesteerden werden op die manier geleidelijk steeds optimaler gericht op de creatie van meer divers, open en tegelijkertijd steeds nauwkeuriger voorbereid gedrag. Impliciet betekende dit dat het interactiepunt van de intermediaire binnenwereld van het brein een steeds complexer knooppunt werd van waaruit de actueel erin samenkomende interactie immanent niet alleen als steeds opener en preciezer conceptueel inhoudelijk werd beleefd maar de zich ontwikkelende inhoud van die beleving ook leidde tot een als aandacht beleefde steeds verder geoptimaliseerde duur en ruimte van het oorspronkelijk alleen tot urgente situaties beperkte bewust beleefde gedeelte van die interactie.
Wanneer het volume van een conceptueel inhoudelijk beleefde als urgente gebeurtenis geïnterpreteerde interactie met het uit interacterende dingen bestaande gebeuren in de buitenwereld met een actueel in het brein gereactiveerd herinnerde soortgelijke interpretatie van zo’n gebeurtenis werd verbonden, betekende dit in feite dat de immanent inhoudelijk beleefde ruimte van dat gebeuren met die van de vanuit het verleden verbonden inhoud van die herinnerde specifieke interpretatie werd uitgebreid. Die uitgebreidere inhoudelijk beleefde ruimte betekende bovendien onvermijdelijk dat op den duur niet alleen negatieve bedreigende inhoud, maar ook positieve en voor het voortbestaan van het organisme op langere termijn gunstige inhoud werd beleefd en dat zich in de slipstream daarvan niet alleen negatieve maar ook positieve emoties en instincten ontwikkelden.
De als waarderend en lokaliserend interpreterend beleefde invloed en als drang van de eigen creatie van gedrag beleefde representaties in het brein ontwikkelden zich dus via individuele levens van organismes op basis van een inhoudelijk aanvankelijk nog zeer beperkt maar op den duur steeds complexer geheugen vooruitlopend en op den duur aanvullend geleidelijk steeds complexer aangeboren repertoire van emoties en instincten. Die ontwikkeling was met andere woorden als afgestemde combinatie van de invloed de dingen in de buitenwereld en de invloed van de homeostatische binnenwereld voortdurend immanent gericht op de naar voortzetting van zijn bestaan strevende interactie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld. Het interactiepunt van de intermediaire binnenwereld van het brein was op die manier een complex knooppunt geworden van waaruit de actueel erin samenkomende interactie immanent steeds opener en preciezer werd beleefd terwijl de zich ontwikkelende inhoud van die beleving impliciet leidde tot een steeds verder geoptimaliseerde duur en ruimte van het bewuste gedeelte van die beleefde interactie.
De via gereactiveerde concepten als omslagpunten van het zelf impliciet herbeleefde trajecten van de interactiepunten van de in het verleden met de buitenwereld interacterende binnenwereld van het organisme worden vanuit het actuele hier-en-nu van het als actueel omslagpunt van het zelf beleefde interactiepunt van zijn brein immanent als van de actuele buitenwereld gescheiden geactualiseerde vanuit het verleden doorlopende lijn beleefd van zijn met zijn met zijn als actuele zelf beleefde interactiepunt van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld verbonden als één doorlopende reeks herbeleefde zelf. In het verleden vanuit de buitenwereld geactiveerde conceptueel ontvangen representaties, indertijd vervolgens als concepten opgeslagen en later in het actuele hier-en-nu gereactiveerde representaties van die concepten en door eerdere onderlinge interactie veranderde concepten worden op die manier in het actuele interactiepunt van het brein impliciet beleefd als de continuïteit van die herbeleefde inhoud met de beleefde ruimte van het actuele zelf verbonden inhoud van zijn gedachtestroom. Dit betekent dat die oorspronkelijk van buitenaf geactiveerde conceptueel voorbereide representaties in het brein bewaarde en vervolgens weer in het hier-en-nu gereactiveerde representaties en gereactiveerde representaties van in het verleden door onderlinge interactie veranderde concepten in het hier-en-nu van het interactiepunt van zijn brein inhoudelijk als gescheiden worden beleefd van de invloed van de actueel vanuit buitenwereld geactiveerde representaties én als daarmee verbonden, dat wil zeggen als binnenin vanuit het verleden geactualiseerde waardering van de toen beleefde invloed van buitenaf en de tot nu toe van buitenaf terugontvangen invloed van eigen output, terwijl de van binnenuit in het hier en nu vanuit het verleden geactualiseerde toen als eigen creatie beleefde creatieve drang wordt beleefd als met de actueel als eigen creatie beleefde verbonden creatieve drang ten opzichte van de actueel als omslagpunt van het zelf beleefde representatie van het middelpunt van zijn cyclisch homeostatisch veranderende binnenwereld c.q. het interactiepunt van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld.
Tijdens interactie van de actueel van buitenaf geactiveerde representaties en actueel op deze wijze vanuit het geheugen gereactiveerde representaties ontstaan in het brein door samenvoeging en splitsing inhoudelijke veranderingen van die representaties die zich als retrospectieve evaluatie en als prospectief verbeeldende voorbereiding van output in nieuwe richtingen kunnen ontwikkelen en zo vervolgens als nieuwe concepten bewaard kunnen worden. Ze worden tijdens die gedachtestroom van het organisme enerzijds gewaardeerd als actueel evolutionair conceptueel voorbereide vanuit de buitenwereld geactiveerde representaties en anderzijds daarvan gescheiden als vanuit de intermediaire binnenwereld van zijn brein herinnerde en verbeelde beleving van via eerder tijdens het individuele leven bewaarde concepten, terwijl ze dan binnen die gedachtestroom als drang worden beleefd van de creatie van het daar tegenover van binnenuit gecreëerde gedrag ten opzichte van het als geactualiseerde omslagpunt van zijn met zijn als omslagpunt van het actuele zelf verbonden beleefde middelpunt van de homeostase van zijn binnenwereld c.q. interactiepunt van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld. De voorbereiding van de output van het organisme wordt via een op deze wijze van elkaar verschillende via actuele én historische gut feeling evaluerend en verbeeldend beleefd, dat wil zeggen via een voortdurend in- en uitzoomen op binnenin gewaardeerde en herwaardeerde invloed van van buitenaf en van binnenuit zelf beleefde wisselende drang van de als eigen creatie tegenover actueel van buitenaf geactiveerde representaties én vanuit het geheugen gereactiveerde herbeleefde representaties van oorspronkelijk van buitenaf geactiveerde representaties en in het verleden door splitsing en samenvoeging veranderde concepten daarvan. Tijdens die evaluatie en verbeelding wordt op deze wijze in het hier-en-nu bij het inzoomen verzet beleefd, reactiekracht, zoiets als Newtons Actie = Reactie (5), terwijl bij het uitzoomen van binnenuit samenhang wordt beleefd, het streven naar voortzetting van als samenhangende eenheid beleefde drang, zoiets als Schopenhauers wil (6). Via de intermediaire binnenwereld van het brein en de gehele binnenwereld van het organisme vormt zich zo gecombineerd met de voortdurende actuele input van buitenaf via het immanent inzoomend en uitzoomend perspectief vanuit het als zelf beleefde interactiepunt van de met de buitenwereld interacterende binnenwereld voortdurend een niet alleen evaluerende terugblik op eerdere gedachteninhoud maar ook een verbeeldende vooruitblik op wat er nog niet is én impliciet op dat wat buiten bereik ligt.
Via uit evaluatie voortkomende verbeelding ontstaan bij de mens onder andere concepten van het ultiem stabiele midden als dat waar hij continu, ook al blijft het buiten bereik, van binnenuit naar streeft. Elk kunstwerk is een spoor van dat nietige en uiteindelijk vruchteloze streven naar continuïteit van ons als ultieme waarde beleefde bestaan. Het is een spoor van de in zichzelf opgesloten nietige herhaalde actie van de kunstenaar die op paradoxale wijze de richting van de ultieme rijkdom van die waarde in zich draagt.
Kunstwerken kunnen worden beschouwd als deels bewust geënsceneerde sporen van het gewelddadige aspect van het bestaan en van wat Sartre het walgelijke noemde van het in zichzelf opgesloten zijn en kunnen tegelijkertijd met milde ironie beschouwd worden als sporen van de continuïteit van het streven al of niet tegen beter weten in besefte nietigheid van de absurde moed van dat bestaan. De lijst van ambigue visuele elementen die naar het ene ambigu mystieke ultieme punt van het met een ambigu focus ervaren beeld van het kunstwerk verwijzen is onbeperkt: de suggestieve leegte van iets specifieks dat is achtergelaten of gebeurd is roept gemis op; de daad van het wegvegen van iets dat eerst nog in het werk aanwezig was bevat meedogenloosheid die tegelijkertijd mededogen creëert; schaduwen en schaduwlijnen van wat niet meer zichtbaar is; de omheining of de contour van dat wat eerst nog bestond en vervolgens alleen nog onderhuids bestaat; dat wat verdwenen is dat zolang het duurt als het ware door het gestolde beeld in bedwang gehouden en behouden wordt; de gerichtheid van een wegkijkende of juist dwingend contact zoekende blik die de nietige vergeefsheid van het pogen contact te maken oproept; de ondubbelzinnigheid van een pijl dat het voorwaarts bewegen én het achterwaarts verdwijnen van dynamische gerichtheid toont; de gelaagdheid van over elkaar heen lopende lijnen en verflagen.
Het ervaren van kunst is een voortdurend inzoomen waarbij alle elementen van het kunstwerk uiteengaan én uitzoomen waarbij dat alles zich verenigt. Een kunstwerk toont het levende verband van het ambigu verschuivende perspectief als zijn verzet dat wil bestaan.
*. Als een punt een binnen ruimte en tijd HIER EN NU is zonder ruimtelijke afmetingen en tijdsduur is een interactiepunt een via zo’n punt samen met andere punten binnen die ruimte en tijd gecreëerde en creërende beperkte ruimtetijd.

5. De creatie van de verbeelding

De natuur is de creatie van interacterende dingen. Het mysterie van de geboorte van dat interactiegebeuren leidde via de evolutie van als open kringloop functionerende dingen tot het immanent door organismes met een zenuwstelsel zelf beleefde bestaan dat zich onder andere in de bewust beleefde ruimte van onze eigen verbeelding ontplooit.
De ervaring van de gedachtestroom die van buitenaf niet-verifieerbaar maar van binnenuit onontkoombaar onmiddellijk al of niet bewust aan de individuele mens en een met de mens vergelijkbaar organisme met een zenuwstelsel verschijnt is de van het vanuit het hier-en-nu van het interactiepunt van zijn brein immanent van binnenuit gedifferentieerd waarderend en lokaliserend beleefde in dat interactiepunt samenkomende lokaal via de zintuigen ontvangen invloed gecombineerd met het rondom ontvangen gedeelte van de in zijn brein gerepresenteerde invloed van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld plus het daarmee gelijk oplopende als drang beleefde gedeelte van de met de buitenwereld interacterende binnenwereld dat de actie van zijn binnenwereld ten opzichte van de dingen in de buitenwereld vertegenwoordigt.
Die invloed van buitenaf bestaat dan uit:

  • conceptueel voorbereide representaties van actueel lokaal via de zintuigen op gedifferentieerde wijze geactiveerde invloed van de interactie met de dingen in de buitenwereld die op dat moment als modellen van de patronen van gebeurtenissen van dat gebeuren in het geheugen worden plus het daarmee gelijk oplopende deel van de in zijn brein voortdurend actueel geactiveerde permanente representatie van de invloed van zijn interactie dat de homeostatische dynamiek van zijn met die dingen interacterende binnenwereld dat de actueel rondom via de buitenwand ontvangen invloed ervan vertegenwoordigt.
  • gereactiveerde representaties van via het interne deel van de feedbackloop van zijn brein in het geheugen als modellen van patronen van gebeurtenissen bewaarde concepten van het uit interacterende dingen bestaande gebeuren buiten het brein
  • representaties van via het interne deel van de feedbackloop van zijn brein gereactiveerde door eerdere interactie in zijn brein veranderde concepten van eerdere gebeurtenissen
  • representatie van recent via het externe deel van de feedbackloop van zijn brein actueel vanuit de buitenwereld geactiveerde terugontvangen invloed van kort daarvoor door het organisme in de buitenwereld gerealiseerd gedrag
    en
  • representaties van actueel via het interne deel van de feedbackloop van zijn brein vanuit het geheugen gereactiveerde niet-recente invloed van in dat geheugen als concepten bewaarde oorspronkelijk vanuit de buitenwereld geactiveerde via het externe deel van de feedbackloop van het brein terugontvangen invloed van de interactie met de dingen die eerder door het organisme in de buitenwereld gerealiseerd gedrag zijn beïnvloed.
    De actuele tegenover die invloed actie van binnenuit gaat gepaard met de als drang beleefde creatie van het in het interactiepunt van de intermediaire binnenwereld van zijn brein gerepresenteerde gedeelte van de permanent actueel gerepresenteerde invloed van de interactie van zijn gehele binnenwereld dat zijn actie ten opzichte van die invloed vertegenwoordigt en dat impliciet gelijk oploopt met actuele representatie van recent via het externe deel van de feedbackloop van zijn brein actueel vanuit de buitenwereld geactiveerde terugontvangen invloed van recent door het organisme in de buitenwereld gerealiseerd gedrag en met nog niet gerealiseerde vooruitlopend op nieuw gedrag gecreëerde voorbereiding van gedrag.
    Deze in het gemeenschappelijke interactiepunt van zijn brein samenkomende complexe interactie manifesteert zich als de onmiddellijke beleving van het specifiek inhoudelijk van binnenuit al of niet bewust verschijnende gedeelte van een zich in een bolvormige ruimte voltrekkende gedachtewereld die in één richting uit gradueel van minimale tot maximale intensiteit verlopende waardering én daaromheen in alle richtingen op gradueel gedifferentieerde wijze begrensde lokalisering bestaat van de zich als mate van en richting van stabilisatie of destabilisatie manifesterende invloed van de ten opzichte van het zich zo als oriëntatiepunt manifesterende gerepresenteerde middelpunt van de cyclische homeostatische dynamiek van zijn binnenwereld én de zich vanuit datzelfde punt voortkomende drang van het zich op die manier als zelf manifesterende interactiepunt van zijn op stabiliteit gerichte met de buitenwereld interacterende gedrag creërende binnenwereld.
    De inhoudelijke manifestatie van de in het interactiepunt samenkomende vanuit dat interactiepunt beleefde combinatie van de in het brein gerepresenteerde invloed vanuit de buitenwereld en vanuit zijn binnenwereld kan worden voorgesteld als een vanuit één centraal zelf immanent ambigu beleefde bolvormige wereld. Het model van die voorstellingswereld bestaat dan uit vanuit dat enerzijds als passief neutraal ontvangend beleefde zelf op dat zelf gerichte vanuit polair tegengestelde zich in één dimensie voltrekkende richting binnenkomende specifiek opgebouwde gedifferentieerde mate gewaardeerde invloed én dwars daarop zich vanuit polair tegengestelde in alle dimensies voltrekkende richtingen binnenkomende van gegeneraliseerde tot meer precies gedifferentieerde mate van gelokaliseerde richting van die gewaardeerde invloed én bestaat tegelijkertijd uit vanuit dat anderzijds als actief creërend beleefde zelf van binnenuit tegenover die gerichte invloed opkomende drang van de op samenhang gerichte creatie van het als eigen actie beleefde gedrag.
    Dankzij het geheugen werd de optimalisatie van specifiek waarderende interpretatie en de daaraan gekoppelde drang beleefde creatie van het gedrag in toenemende mate door de zo beleefde consequenties bepaald van het gedrag waar die interactie eerder al of niet toe had geleid. De vanuit het zelf impliciet herbeleefde eerdere positief of negatief gewaardeerde interpretatie van herinnerde concepten raakte steeds meer gekoppeld aan de herinnerde gevolgen van die al of niet in gedrag omgezette eerdere conceptueel specifiek waarderende interpretaties en als drang beleefde creatie van het toenmalige gedrag. De vanuit het hier-en-nu van het actuele interactiepunt van het brein bij een actuele beleving van een soortgelijk de interactie met de buitenwereld herbeleefde interne feedback van externe feedback en het actuele verloop van feedback vanuit de buitenwereld was daarbij zoals steeds, aansluitend op aangeboren emotionele en instinctmatige beleving, voortdurend aanvullend en nuancerend op de beleefde samenhang gericht van de met de buitenwereld interacterende binnenwereld. In feite werd de groei van de immanent inhoudelijk beleefde ruimte van de actuele interactie alleen nog door energieverbruik begrensd wat leidde tot het weliswaar in ruimte en tijd begrensde bewustzijn van een op paradoxale wijze ambigu onbegrensde verbeelding.
    Door de in de interactieknoop van het brein samenkomende en daarvanuit immanent beleefde steeds uitgebreidere en complexere voorbereiding van zijn output waren organismes met een zenuwstelsel gedurende de evolutie op den duur in staat in de loop van hun leven vaardigheden te leren die tot onbeperkt gedifferentieerde vormen van niet alleen individueel maar ook sociaal gedeeld gedrag en taal leidden. De beleefde sociaal-cultureel specifiek conceptuele interpreterende ontwikkeling van organismes die zo ontstond liep zoals steeds vooruit op een zich in de slipstream evolutionair ontwikkelend steeds complexer stelsel van onder andere gemengde sociale emoties en instincten en leidde via gedurende individuele levens in het geheugen bewaarde concepten van de in zijn brein gerepresenteerde interactie met de wereld tot een uiteindelijk steeds complexere individueel beleefde verhaallijn van gebeurtenissen en afhankelijk van via de externe en interne feedbackloop van individueel beleefd eigen gedrag tot een niet alleen vanuit het verleden narratief beleefde maar ook een zelf dat verhaal bewust evaluerende, de toekomst verbeeldende en bij de mens bovendien het onbekende mogelijke en onmogelijke verbeeldende gedachtestroom. De onbeperkte ten opzichte van de buitenwereld rond zijn zelf op stabiele samenhang gerichte gedachtestroom, die in diepste zin uit de onbegrepen oorsprong van het creatieve proces van de natuur voortkomt, streeft zo van binnenuit noodzakelijk, ook al is dat buiten bereik, naar ultieme voortzetting van zijn bestaan en daarmee naar ultieme waarde.
    Het zelf reikt onophoudelijk naar het ultieme raadsel en raakt dat uitsluitend in het voorbijgaan. De beleefde binnenwereld van het brein spiegelt de wereld als de onherroepelijke ruimte achter zich en ontplooit zich in de onbeperkte verbeeldingsruimte voorwaarts. Het kunstwerk toont als manifestatie van menselijke creativiteit voortdurend de paradoxale verbondenheid van de verloren ruimte waar het uit voortkomt met de open verbeeldingsruimte waarin het zich begeeft en raakt het ultieme in het voorbijgaan. Het kunstenaarschap is een onontkoombaar continu ambigu proces. Het feit dat het bij een pogen blijft, een falend deelnemen, een falend communiceren, het besef van de kunstenaar dat hij de volmaaktheid van ultieme eenwording nooit bereikt, dat alles is een blijvend existentieel gegeven ook als dat kunstwerk die in de toeschouwer om onbegrepen redenen misschien in het voorbijgaan kan bereiken. Kunst maakt het creatieve mysterie aanraakbaar.
### 6. De creatieve actie
`•  `Het menselijk bestaan wordt op een dominante manier door het bewustzijn bepaald. De invloed van dat bewustzijn op het actiegedeelte van het creatieve proces blijft echter beperkt. Elke handeling is immers altijd onderdeel van de zich in het hier en nu voltrekkende interactie met zijn omgeving en is dan ook als zodanig onbewust. Het bewuste bestaat uitsluitend uit input en zit actuele output voortdurend achterstevoren op de hielen. Actuele actie kan met andere woorden alleen als input achteraf in het dan actuele bewustzijn worden geëvalueerd en voorbereid: het bewustzijn kijkt als Orpheus achterom.
De voorbereidend op het kunstzinnige creatieve proces en tijdens dat proces gedurende uitgestelde actie besefte ambivalentie van het bestaan zorgt ervoor dat men de dingen van verschillende standpunten kan bezien om zo precies mogelijk tot één ambigu punt te komen, het ultieme punt van het beeld. Het besef dat de ambigue veranderlijkheid continu is maakt geconcentreerd focus van het bewustzijn mogelijk dat als feedbackloop onmiddellijk achter het actiegedeelte van het creatieve proces aanloopt. Het toeval is een onontkoombaar gegeven dat in de kunstzinnige creatieve actie met vertrouwen wordt toegelaten. Bij die actie wordt met het falen van de uit innerlijke noodzaak op ultieme waarde gerichte strevende beweging mee onbevangen voorwaarts opgetrokken. De continuïteit van dat streven valt zo met die ultieme waarde samen, waardoor die door de toeschouwer als suggestieve intentie in het werk wordt beleefd. Het toeval toont het gemankeerde, de inconsistentie van dat streven, dat je nooit volledig kunt sturen én het toont op datzelfde moment achterstevoren, van voor naar achteren, van het licht naar het donker, via dat wat wordt achtergelaten en verdwijnt in een blijvend hier-en-nu via de beleefde ontwikkeling van de beweging die vanuit het donker voorwaarts naar het licht gericht is de mogelijkheid van het nieuwe.
De kringloopbeweging waarmee input in het zelf aankomt en in output overgaat, dat wat we flow noemen, is een van buiten naar binnen en op die manier in het brein vanuit het verleden opgebouwd proces dat zich in het hier-en-nu van het interactiepunt van het brein immanent manifesteert als een zich in het als omslagpunt van het zelf beleefde interactiepunt van de binnenwereld van binnen naar buiten voltrekkende toekomstgerichte feedbackloop met de buitenwereld. Tijdens de flow van een creatieve actie is de inhoud van het bewustzijn beperkt tot het geconcentreerd volgen van de ultieme gerichtheid van actueel binnenkomende input en beweegt zo zonder bijgedachten samen met actuele niet-bewuste input en output de toekomst in. De kunstzinnige daad verloopt binnen het creatieve proces zonder kritisch nadenken. De praktische uitvoering van dat proces is in feite de zich met de onmiddellijke getimede precisie via de kunstenaar voltrekkende beeld voortbrengende ontplooiing ervan. Er wordt niet-evaluerend maar mét focus in het hier-en-nu binnen de op het beperkte terrein van de handeling zich ontwikkelende ontplooiing gewerkt.
Kunstzinnig handelen komt voort uit een mentaliteit die met vertrouwen voorbij het bekende wil reiken en voltrekt zich onbevangen als een voor-het-bewuste-uitlopen. De in de werkelijkheid gerealiseerde waarde van een zich in de flow ontplooiende creatieve actie die achteraf onverwacht uitpakt en waarvan je zou kunnen denken dat die correctie zou behoeven, blijkt dan door de volgende actie al veranderd en achteraf de goede richting voorwaarts. Creatief handelen vertrouwt op een deels uit onbekende regionen van de eigen persoonlijkheid voortkomende impuls en op het tegemoet treden van het toeval. Het is niet het maken van iets moois maar toont de kracht van het creatieve proces van het leven inclusief het pijnlijke en toevallige dat van buitenaf komt en het omarmt de volheid van dat leven inclusief het lelijke en kwalijke dat van binnenuit kan komen.
De flow van actuele actie gaat gepaard met het als creatieve drang beleefde deel van het in het interactiepunt van de intermediaire binnenwereld van zijn brein gerepresenteerde reactieve gedeelte dat de permanent actueel gerepresenteerde invloed van de dingen in de buitenwereld op de totale met de buitenwereld reagerende binnenwereld vertegenwoordigt loopt gelijk op met actuele representatie van recent via het externe deel van de feedbackloop van zijn brein actueel vanuit de buitenwereld geactiveerde terugontvangen invloed van recent door het organisme in de buitenwereld gerealiseerd gedrag en met nog niet gerealiseerde vooruitlopend op nieuw gedrag gecreëerde voorbereiding van gedrag.
### 7. Het kunstwerk als try-out-voorstelling
`•  `Het creatieve proces van de mens komt voort uit een immanent streven dat hij met alle dingen in de natuur deelt. Dat streven komt voortdurend van binnenuit en is gericht op de inherente waarde van het bestaan van in de wereld beleefde samenhang ook al blijft die samenhang in ultieme zin buiten bereik. Die waarde is paradoxaal. Al dat streven gaat met pijn en strijd gepaard, is tijdelijk, onvermijdelijk tragisch en vergeefs. Volgens Schopenhauer maakt het leven van de dieren – en daarmee dat van de mens – duidelijk hoe nietig en vruchteloos het streven is, dat in schril contrast staat met de afwezigheid van elk duurzaam einddoel. Hoezo bevat dat waarde? Je kunt dat permanente streven dan ook eigenlijk niet anders dan met ironie bezien al kan die ironie wel degelijk mild zijn. Want, hoe je het ook wendt of keert, juist aan de absurde onverzettelijkheid van al dat streven wordt die waarde ontleend, als iets dat werkelijk dwingend noodzakelijk van binnenuit gerealiseerd wil worden. Het is een uit het raadsel van het creatieve proces van de natuur voortkomend verlangen dat als dat buiten bereik reiken waargemaakt wil worden door het in de richting van het ultieme in werkelijkheid om te zetten en op die manier ook gemeenschappelijk te beleven. Het mysterie van het ultieme punt is het onherroepelijke onvoorwaardelijke raadsel dat ons hele leven in ons voortleeft en het is die meedogenloosheid waar de kunstenaar zich volledig aan overgeeft. Elk kunstwerk is een voorstelling van dat absurde verlangen, een try-out-voorstelling die, hoe onbeduidend, tragisch en vergeefs ook, in het voorbijgaan waarde raakt.
###8. Het loslaten van de creatie van het kunstwerk
`•  `Het kunstzinnige creatieve proces is een pulserende beweging voorwaarts: het wisselt vooruitlopende actie af met achteraf bewuste evaluatie. Elke evaluatie is een poging het kunstwerk dat ontstaat tussentijds als kunstwerk te ervaren en tegelijkertijd een impliciete poging het af te wijzen. Dat proces wordt uitsluitend losgelaten wanneer het kunstwerk zich in een gebied heeft begeven dat buiten bereik van verder ingrijpen ligt. Op die raadselachtige plek wordt alles ervaren wat gezegd moest worden. Het beeld manifesteert zich daar als één beeld en is een met beweeglijkheid gevulde verstilde gestolde ruimte geworden die zich in één ultieme punt bevrijd heeft. Het is een volwassen geworden kind geworden dat wordt losgelaten. Het beeld is een ruimte geworden waar de kunstenaar en vervolgens eenieder die het kunstwerk werkelijk ervaart zich in verliest, een ruimte waar bewegelijkheid en rust samenvallen en waarde wordt ervaren, die, zoals Lucebert zegt, weerloos is.
### 9. De collectiviteit van het creatieve proces
`•  `Het creatieve proces van de natuur manifesteert zich onder andere via het voortdurende streven van de mens als individu en als collectief om zijn bestaan voort te zetten. Concepten die via taal of om het even welke andere vorm van gedrag worden geuit, kunnen door feedback vanuit de interactie die ze in de wereld oproepen niet alleen tot individuele maar ook tot sociaal gedeelde ordening leiden van de chaos, die de buitenwereld voor de individuele en voor de gemeenschappelijk gedeelde binnenwereld is. Daarbij leidt negatieve feedback tot collectief gedeelde kennis van de wereld en positieve feedback tot gedeelde betekenis ervan. De richting van die wederkerige gemeenschappelijke ontplooiing van kennis en betekenis ontstaat zowel door overdracht van onderling verschillende als door onderling overeenkomende individuele interactiekeuzes. De dynamiek van sociaal-culturele creatieve ordening wordt in diepste zin bepaald door een gedeeld gemeenschappelijk streven om boven zichzelf uit te stijgen en de onbevattelijkheid van wat buiten bereik ligt te vatten, een voortdurend individueel én collectief reiken en een onbeperkt pogen om via het toekennen van kennis en betekenis het bestaan als gedeeld bestaan voort te zetten. Het is een voortdurend pogen ultieme concepten als in praktijk gebrachte sociaal-culturele stappen waar te maken waarbij het toekennen van voorlopige kennis wetenschap is en het toedichten van betekenis een Nietzscheaans scheppen van waarden.
Alles wat in een individueel leven gebeurt is onderdeel van en draagt bij aan dat wederkerige gemeenschappelijke ontplooiingsproces. Ieder mens ontleent en verleent unieke waarde aan de gedeelde manifestatie van zijn persoonlijkheid. Zijn verbeelding kan cultuur maken en dragen en manifesteert zich onder andere door ultieme kunstzinnige ontplooiing als een thing of beauty.
In het Kröller-Müllermuseum is een werk van Bruce Nauman mte zien met de tekst: the artist helps the world by revealing mystic truth. Die mystieke waarheid wordt onthuld als zijn werk zich bevrijd heeft en zich in de publieke ruimte openbaart. Alle ambiguïteit komt in het ene ultieme punt van het kunstwerk samen waar het creatieve proces uit voortkomt en naar streeft, de bron én het doel waar alles uit opwelt én naar streeft. 
Tentoonstellingen tonen het werk dat vanuit het atelier uit het creatieve proces van de kunstenaar is uitgebroken in een specifieke ruimte waar het in de kunstenaar als toeschouwer en in andere toeschouwers functioneert. Het kunstwerk staat dan op zichzelf. Het is als geïsoleerd object losgeraakt en houdt zich in al zijn breekbaarheid in die ruimte op ongrijpbare wijze staande. De in één ultiem punt verbonden dynamiek van de ruimte van het beeld werkt dan op de toeschouwer en kan zo via die toeschouwer met de tentoonstellingsruimte een geladen verbinding maken. Het werk 
### 10. De voortgezette creatie van het kunstwerk
`•  Het ervaren van een kunstwerk is het herscheppen ervan. Het kunstwerk is de verbindingsschakel van het scheppen naar het ondergaan van het creatieve proces dat in wezen het creatieve proces van de natuur is.
Net zomin als ontplooiing van de persoonlijkheid ooit volledig wordt voltooid is definitieve voltooiing van een kunstwerk ooit mogelijk. Het kunstwerk is een suggestie, gestolde dynamiek die in de toeschouwer tot leven gewekt wordt door te proberen het als kunstwerk te voltooien.

Theo Semeijn
21-06-2021

---

1. Spinoza, Ethica, p. 135, uit het latijn vertaald door Nico van Suchtelen, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1979.
2. Het onzekerheidspricipe van Werner Heisenberg is sinds 1927 een belangrijke peiler van de kwantumfysica en houdt in dat de positie van een deeltje en de impuls ervan niet tegelijkertijd met oneindige precisie gemeten kan worden.
3. Homeostase zorgt voor een zo stabiel mogelijk intern milieu van het organisme (zoals lichaamstemperatuur, suikergehalte et cetera). Het is de open kringloop waarmee een organisme met zijn omgeving interacteert. Even verderop in de tekst geef ik een definitie de open kringloop en later ga ik kort in op het in de biologie gebruikelijke begrip homeostase.
3. Homeostase wordt naar huidig neurowetenschappelijk inzicht gezien als basis van het in het brein gevoelde zelf. Zie publicaties van Antonio Damasio zoals 'Het zelf wordt zich bewust', Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2010.
4. Theorieën over de opbouw van geheugensporen in een neuraal netwerk zijn in de neurowetenschappen ontstaan sinds de publicatie in 1949 in ‘The Organization of Behaviour’ door Donald Hebb van zijn theorie van reverbererende neurale circuits die uitgaat van de veronderstelling dat een structurele verandering optreedt in verbindende synapsen van zenuwcellen als het presynaptische en postsynaptische neuron gelijktijdig actief is. Deze theorie, die zich richt op het functioneren van de synaps als cruciaal element van de geheugenfunctie lijkt te worden bevestigd door de vaststelling in 1973 door Bliss en Lømo van het verschijnsel van Long Term Potentiation (LTP).
5. De derde wet van Newton luidt: Als een voorwerp A een kracht op een voorwerp B uitoefent, gaat deze kracht gepaard met een even grote, maar tegengestelde gerichte kracht van B op A. Deze wet wordt vaak eenvoudigweg samengevat als Actie = Reactie.
6. Schopenhauer, Die Welt als Wille und Vorstellung, Diogenes Verlag AG Zürich, 1977.