Het mysterie van het creatieve proces en kunst als ultieme manifestatie van dat mysterie


Elk ding tracht, voor zover het van hem afhangt, in zijn bestaan te volharden
Spinoza; Ethica, deel III, stelling 6


Het mysterie van het creatieve proces en kunst als ultieme manifestatie van dat mysterie

Elk kunstwerk staat op zichzelf en je kunt dan ook zonder meer stellen dat toelichting zinloos is. En toch, je kunt net zo goed zeggen dat toelichting zin heeft want je kunt door context bij alles betekenis creëren.
Je kunt dus, als je daar behoefte aan hebt, een suggestie doen in welke richting je naar betekenis kunt zoeken en je kunt zelfs zeggen dat het ervaren van een kunstwerk altijd met een of andere vorm van interpretatie gepaard gaat. Maar dan nog, schiet je daar iets mee op? Het enige wat volgens mij echt vaststaat is dat je de continue rijkdom van een kunstwerk alleen op een open en, voor zover dat mogelijk is, onbevangen manier kunt ervaren en dat tijdens die ervaring interpretaties komen en gaan.
Elk kunstwerk is ongrijpbaar en elke toelichting is niet meer dan context. Dat gezegd hebbende kan een kunstenaar zonder bezwaar iets vertellen over de aanleiding, als die er was, om het kunstwerk te maken en over de manier waarop het gemaakt is. En daarnaast kan hij, als hij daartoe in staat is, zijn opvattingen over het creatieve proces toelichten want je mag ervan uitgaan dat elk kunstwerk impliciet iets met ideeën te maken heeft die hij daarover in de loop van zijn leven verwerft.
De hierna volgende tekst is uitsluitend dat laatste, een poging mijn visie op het creatieve proces te verwoorden. Dat zie ik kort gezegd als de zich vanuit het mysterie van zijn begin ontplooiende voortdurend veranderende samenhang van de natuur die via de mens onder andere het mysterie van een kunstwerk kan opleveren.

1

Volgens de oude Grieken is alles uit chaos ontstaan, wat zoiets betekent als leegte of niets, terwijl dat tegelijkertijd iets impliceert: de kiem van alles. Ook als alles, zoals we tegenwoordig denken, uit de oerknal voortkomt, is dat iets paradoxaals: het samenvallen van iets met niets, een to-be-or-not-to-be en that is the question.
Voor Darwins evolutietheorie, die over het ontstaan van de soorten gaat, bestaat sinds de publicatie ervan in 1859 zo veel wetenschappelijke onderbouwing dat je ongetwijfeld kunt stellen dat het creatieve proces van de natuur ons eigen bestaan en daarmee onze eigen creativiteit mogelijk heeft gemaakt. De aan die stelling voorafgaande vraag naar de oorsprong van dat proces verwijst echter naar zichzelf en het antwoord daarop blijft dan ook een mysterie.
Het leven zelf is vanuit die onbegrepen aanzet gecreëerd en in het verlengde daarvan vindt de kunstenaar zijn eigen richting en soms in het voorbijgaan een kunstwerk. Dat kunstwerk ontstaat uit die onbegrepen impuls die een beweging in gang zet die, om met Paul Klee te spreken, als punt aan de wandel gaat en een lijn wordt, een richting. In die reikende beweging kan het soms, als een hoogtepunt van menselijke ontplooiing, dat mysterie raken.
In mijn eigen creatieve werk heeft mijn handtekening zich als vanzelf ontwikkeld van een signatuur tot een zich in een open kringloopbeweging herhalende gebeurtenis, een reproductieproces dat voortdurend veranderende samenhang doorgeeft: mijn DNA, een unanswered question.

2

‘‘Elk ding tracht, voor zover het van hem afhangt, in zijn bestaan te volharden (1)’. Deze stelling geldt als een van de belangrijkste, zo niet de belangrijkste stelling uit de Ethica, het hoofdwerk van Spinoza, en kan wat mij betreft worden opgevat als verwoording van de verbondenheid van het creatieve proces van de natuur met de creativiteit van ons eigen bestaan. Spinoza’s stelling is op een diepe raadselachtige manier overtuigend en roept associaties op met de evolutieleer zoals die twee eeuwen later door Darwin geformuleerd zou worden, maar dan met evolutie in de meest fundamentele zin: de strijd van alle dingen om te blijven bestaan.
Als je wilt onderzoeken wat Spinoza’s stelling betekent moet je volgens mij allereerst vaststellen dat het mysterie van de oorsprong van de natuur ons van meet af aan confronteert met een onoverzichtelijk chaotisch gebeuren van interacterende dingen. Wat kun je te midden van die wirwar met recht een ding noemen? Hoe komt het dat het überhaupt bestaat en probeert om ‘in zijn bestaan te volharden’?
Onder het woord ding, zoals Spinoza dat gebruikte, moet je, denk ik, alles verstaan wat bij aanraking weerstand biedt en op die manier blijk geeft van samenhang, ook al kan die samenhang veelal worden verbroken. Als je zo’n ding in steeds kleinere stukken verdeelt kom je, zoals de huidige natuurkunde ons leert, op een gegeven moment bij elementaire deeltjes uit, de allerkleinste dingen, die verder niet meer verdeeld kunnen worden. Hoe komt het dan dat die kleinste dingen hun samenhang vervolgens blijkbaar niet kunnen verliezen? Hangt hun onderlinge interactie, die inhoudelijk voor zover op dit moment bekend uit vier fundamentele natuurkrachten bestaat, uitsluitend met hun puur ruimtelijke vorm samen? Ik heb eerlijk gezegd geen idee en kan niet anders dan ervan uitgaan dat ikzelf niet verder kan komen als ik in deze richting naar antwoorden blijf zoeken. Maar toch, zonder te hoeven claimen iets van fundamentele natuurkunde te weten, je kunt er volgens mij wel degelijk vanuit gaan dat Spinoza’s stelling sowieso ook voor die allerkleinste elementaire deeltjes geldt, die immers op een onverzettelijke manier ‘in hun bestaan volharden’.
Spinoza gebruikt voor de beschrijving van die fundamentele onverzettelijkheid, die hij aan alle dingen toeschrijft, het begrip conatus. Dat betekent zoiets als streven, poging, neiging of impuls. Wat de beste vertaling ook moge zijn, het gaat erom dat het niet de onderlinge interactie tússen de dingen beschrijft, niet de interactie dus zoals die van buitenaf kan worden waargenomen, maar dat het die interactie immanent beschrijft, van bínnenuit, vanuit het perspectief van het ding zelf, dat wil zeggen ‘voor zover het van hem afhangt’, vanuit het individuele interactiepunt dat zich ergens binnenin elk afzonderlijk ding bevindt. Natuurkundigen proberen de interactie die tússen de dingen plaatsvindt met een liefst zo beperkt mogelijk aantal natuurkrachten en wetten te beschrijven, terwijl het begrip conatus diezelfde interactie beschrijft als het in het interactiepunt van elk afzonderlijk ding samengekomen deel van die interactie dat vanuit dat punt het immanente gespiegelde perspectief van zo’n ding is dat als het gespiegelde gedeelte van zijn interactie zijn eigen reactie voortbrengt. Met andere woorden, de invloed van de interactie met de omringende dingen op zo’n ding bouwt zijn perspectief op waarbij de inhoud daarvan ten opzichte van die invloed van buitenaf wordt bepaald door de samenhang van de opbouw van zo’n al of niet samengesteld ding en het bouwt via die samenhangend opgebouwde interactie zijn eigen reactie op. Het immanent beschreven gedeelte van de interactie van elk ding met zijn omgeving is het resultaat van een in het unieke interactiepunt van elk ding samenkomende opbouw van natuurkrachten die, afhankelijk van de samenhang van zijn samenstelling, in omgekeerde richting als het perspectief van zijn conatus vervolgens zijn reactie voortbrengt. Elk individueel ding blijkt op die manier via zijn eigen unieke interactiepunt op imminente wijze met het ultieme raadsel van de creatie van de uit interacterende dingen bestaande natuur als geheel verbonden terwijl dat als conatus omschreven immanente perspectief van die interactie vervolgens onze eigen individuele beleving van de ons omringende wereld blijkt te zijn.
Ook al kan de wijze waarop menselijke interactie vanaf het elementaire niveau tot en met ons eigen niveau is opgebouwd in eerste instantie alleen als interactie tússen dingen worden beschreven, dat wil zeggen vanuit een positie waarbij je die interactie van buitenaf observeert, het gaat er uiteindelijk om dat die beschrijving van buitenaf rechtstreeks samenhangt met onze eigen van binnenuit bewust beleefde interactie, het deel van de interactie zoals die door interactie van de dingen in de natuur via ons eigen complexe individuele lichaam in het hier-en-nu van ons eigen interactiepunt is opgebouwd en zoals we die vanuit dat interactiepunt, afhankelijk van de samenhang van ons als één samengesteld ding functionerend lichaam, in omgekeerde richting immanent beleven. Dat immanente bewust beleefde deel van onze interactie toont dan vervolgens op impliciete wijze dat de interactie tússen de kleinste dingen vanaf het elementaire niveau, in door toeval bepaalde omstandigheden, de samenhang van ons eigen werkelijk beleefde bestaan creëert en zich daarbij, zoals ook Spinoza’s stelling laat zien, manifesteert als ons ‘trachten’ dat bestaan voort te zetten. De invloed van de natuurkrachten die de onderlinge interactie tussen de dingen bepaalt laat zich, afhankelijk van toevallige omstandigheden, gelden als de opbouw van het samenhangende bestaan van onszelf als vergankelijk samengesteld ding. Dat ding biedt échte weerstand als zijn samenhang wordt verstoord, probeert die samenhang van binnenuit te behouden en tracht zo, ‘voor zover het van hem afhangt, in zijn bestaan te volharden’.
Door de toevallige samenhang creërende interactie van de kleinste dingen in de natuur ontstaan bottom-up weliswaar kwetsbare maar voor ons werkelijk bestaande grotere dingen. Die kunnen de vorm aannemen van een als eenheid functionerende kluwen van twee of meer lokaal en tijdelijk samenhangende dingen, vervolgens de vorm van uit die dingen samengestelde interactieketens en via die interactieketens niet alleen de vorm van betrekkelijk stabiele gesloten kringlopen maar ook van veranderlijke open kringlopen, dat wil zeggen de als eenheid functionerende dingen die de interactie laten zien van de open homeostatische(2) kringloop die tot het leven en de immanente beleving van onze eigen interactie met de wereld(3) hebben geleid.
Zo’n open kringloop kan worden gedefinieerd als een via één interactiepunt als één ding met de buitenwereld interacterende binnenwereld, die, met dat interactiepunt als middelpunt, door de cyclische interactie van dingen wordt gecreëerd die met de wereld worden uitgewisseld erbuiten. Een open kringloop is niet alleen veranderlijk maar heeft bovendien de eigenschap dat een cyclus van zo’n kringloop kan worden verdubbeld en dat die verdubbeling via splitsing tot reproductie van zo’n open kringloop kan leiden en zo tot de evolutie van het leven via natuurlijke selectie.
De natuur is de creatie van alle interacterende dingen en leidt via als open kringloop functionerende dingen tot de paradoxale gelaagdheid van via open cyclische dynamiek gecreëerde kwetsbare stabiliteit die kenmerkend is voor de werkelijkheid zoals die vanuit ons eigen immanente perspectief wordt beleefd. De mens is met de noodzaak van Spinoza’s conatus gecreëerd als een van binnenuit strevend wezen dat via open cyclische dynamiek kwetsbare stabiliteit creëert. Kunst is een menselijke manifestatie van het zich vanuit het raadsel van zijn oorsprong ontplooiende creatieve proces van de natuur dat dat raadsel via ultieme paradoxale gelaagdheid toont.

3

De natuur is de creatie van de interacterende dingen. Het mysterie van de geboorte van die creatie leidde via de evolutie van als open kringloop functionerende dingen onder andere tot het immanent beleefde bestaan van organismes met een zenuwstelsel en maakte daarmee de beleving van de creativiteit van ons eigen bestaan mogelijk. Die immanente beleving werd via de evolutionaire opbouw van die organismes manifest en kan aan de hand van een aantal stappen ervan worden toegelicht. De eerste interactie die vervolgens als het door zo’n organisme zelf beleefde immanente perspectief van die interactie kan worden beschreven blijkt de gecombineerd van binnenuit tegelijkertijd als pijn beleefde invloed te zijn van de negatieve waardering van een beschadiging van de buitenwand van zijn lichaam én de als drang beleefde creatie van zijn terugtrekreactie: de prille aankondiging van de rijkdom van de door onszelf beleefde creativiteit van ons eigen bestaan.
De inhoud van het immanente gedeelte van de interactie van een organisme met zijn omgeving wordt bepaald door de wijze waarop het als open kringloop is opgebouwd. Zo’n open kringloop wordt in de biologie de homeostase van het organisme genoemd en creëert via interactie met de wereld erbuiten een zodanige stabiliteit van zijn binnenwereld dat het als één ding via één interactiepunt met de buitenwereld interacteert. Dat ene interactiepunt is het gemeenschappelijke middelpunt van de cyclische interactie van de dingen die samen de binnenwereld van het organisme creëren: het unieke hier-en-nu van waaruit het organisme in de hem omringende wereld naar optimale stabiliteit streeft van het homeostatische evenwicht van zijn binnenwereld en daarmee naar voortzetting van zijn bestaan te midden van de met hem interacterende dingen. Het organisme probeert op die manier immanent, in de woorden van Spinoza, als één ding ‘voor zover het van hem afhangt, in zijn bestaan te volharden’(1).
Gedurende de evolutionaire ontwikkeling van organismes creëerde de interactie van hun open homeostatische kringloop aanvankelijk alleen de relatief eenvoudig samengestelde samenhang van één binnenwereld. Daarnaast echter ontstonden organismes die dankzij een apart gedeelte van hun binnenwereld voor een aanvullende invulling van hun homeostase gingen zorgen. Dat speciale gedeelte, het zenuwstelsel, ontwikkelde zich vanuit de buitenwand van zo’n organisme doordat die zich tijdens zijn embryonale ontwikkeling gedeeltelijk naar binnen plooide en zo weliswaar onderdeel van de homeostase het geheel van zijn binnenwereld bleef maar er op die manier toch ook van gescheiden werd. Dat zenuwstelsel ging vervolgens binnen zijn binnenwereld als een extra intermediaire binnenwereld functioneren tussen die binnenwereld en de wereld erbuiten en de voor zijn intermediaire functie doorslaggevende bouwsteen ervan werd vervolgens de zenuwcel. Die had namelijk de cruciale eigenschap dat hij door verandering van zijn elektrische lading tijdelijk in een al of niet geactiveerde toestand kon verkeren, een aan- of uittoestand, waardoor zo’n zenuwcel samen met andere zenuwcellen zogenaamde sensomotorische ketens kon gaan vormen waarmee die geactiveerde toestand kon worden doorgegeven. Een sensorische zenuwcel van zo’n keten kon dan onder invloed van de situatie buiten het zenuwstelsel via het zenuwuiteinde van zijn zenuw in een dergelijke geactiveerde toestand worden gebracht, waarna die toestand kon worden overgebracht op andere zenuwcellen binnen het zenuwstelsel en vervolgens via het zenuwuiteinde van de zenuw van een motorische zenuwcel weer op de wereld buiten het zenuwstelsel. Met andere woorden, de sensomotorische ketens van de zenuwcellen van de zich zo ontwikkelende intermediaire binnenwereld van het organisme konden, als een extra onderdeel van zijn open homeostatische kringloop, op digitale wijze zowel invloed vanuit de wereld binnen het organisme als vanuit de wereld buiten het organisme gaan verwerken.
Via natuurlijke selectie ontstond op die manier eerst het zogenaamde autonome deel van het zenuwstelsel. Dat verwerkte uitsluitend invloed vanuit de binnenwereld van het organisme en ging zo een overkoepelende aanvulling vormen op zijn homeostase: bij overschrijding van een kritische boven- en onderwaarde van de afstand van de cyclische homeostatische dynamiek van de binnenwereld ten opzichte van het middelpunt van die dynamiek werden sensorische zenuwcellen geactiveerd die vanuit het centrale deel van de intermediaire binnenwereld van het autonome zenuwstelsel, dat wil zeggen via het autonome gedeelte van zijn zich ontwikkelende brein via activatie van motorische zenuwcellen spieren van structuren in de binnenwereld van zo’n organisme (zoals klieren, bloedvaten en dergelijke) tot contractie konden brengen die de stabiliteit van die dynamiek op een overkoepelende manier konden beïnvloeden.
Aansluitend op het autonome deel ontwikkelde zich vervolgens het zogenaamde willekeurige of animale deel van het zenuwstelsel dat in tegenstelling tot dat autonome gedeelte niet vanuit de binnenwereld werd geactiveerd maar vanuit de wereld buiten het organisme en tot contractie leidde van zogenaamde dwarsgestreepte spieren binnen zo’n organisme die zijn positie in de wereld erbuiten konden beïnvloedden. Het ligt overigens voor de hand dat de ontwikkeling van het animale deel van het zenuwstelsel door een lokale voor het voortbestaan van het organisme belangrijke beschadiging van zijn buitenwand op gang kwam: het organisme reageerde op die situatie dan via activatie van een sensomotorische zenuw van het centrale gedeelte van de intermediaire binnenwereld van zijn zenuwstelsel, dat wil zeggen via het animale gedeelte van zijn brein, met een zich in de buitenwereld manifesterende terugtrekreactie.
Geleidelijk evolueerde zo een steeds complexer zenuwstelsel dat via het autonome deel ontvangen homeostatische invloed vanuit de binnenwereld combineerde met via het animale deel op den duur op diverse wijzen ontvangen zintuigelijke invloed vanuit de buitenwereld. En het is precies die combinatie van input van binnenuit met input van buitenaf die, aanvullend op de homeostatische output van het organisme, voor specifieke output van het centrale zenuwstelsel ging zorgen in de vorm van geleidelijk op een steeds complexere wijze voorbereide aansturing van de spieren van de binnenwereld en op die manier voor steeds complexer zich in de buitenwereld manifesterend gedrag van het organisme.
Die complexe voorbereiding van gedrag werd vooral mogelijk omdat de zenuwcellen die het brein bevatte in geactiveerde toestand samenwerkingsverbanden met elkaar gingen vormen die vervolgens binnen de intermediaire binnenwereld van het brein als aparte eenheden functioneerden, elk met zijn eigen input vanuit de wereld buiten dat centrale zenuwstelsel, dat wil zeggen buiten het brein. Die samenwerkingsverbanden representeerden door hun geactiveerde toestand dan in feite de invloed van de interactie van de dingen buiten het brein en interacteerden dan onderling elk via zijn eigen interactiepunt binnen het brein. Ze interacteerden enerzijds met het via het autonome deel van het zenuwstelsel als één overkoepelende permanent actueel gerepresenteerde homeostatische binnenwereld van het organisme en anderzijds met de via het animale deel van het zenuwstelsel als gedifferentieerde via de op zijn buitenwand gepositioneerde zintuigen tijdelijk lokaal gerepresenteerde buitenwereld. Die verschillende representaties zorgden op die manier voor gezamenlijke output van de intermediaire binnenwereld van het zenuwstelsel naar de spieren van zijn binnenwereld en beïnvloedden dan niet alleen zijn binnenwereld maar manifesteerden zich zo ook als gedrag in de buitenwereld. De onderlinge interactie van representaties in het brein vormde op die manier bij de voorbereiding van die output één in het hier-en-nu gezamenlijk gedeeld gemeenschappelijk interactiepunt van het op dat moment geactiveerde deel van het brein en het is precies dat interactiepunt dat het punt was van waaruit het als één geheel met de buitenwereld interacterende organisme met een zenuwstelsel vervolgens de interactie van het interactiepunt van zijn gehele als één open homeostatische kringloop functionerende binnenwereld op immanente wijze in het vizier kreeg§.
De in het gemeenschappelijke interactiepunt samengekomen interactie van de in het brein geactiveerde representaties met enerzijds input vanuit de binnenwereld van het organisme en anderzijds input vanuit de wereld erbuiten was bepalend voor de vanuit dat punt immanent door het organisme in omgekeerde richting gecombineerd beleefde inhoud van die onderling verschillende input. De via het autonome deel van het zenuwstelsel opgebouwde input bevatte de invloed van de homeostatische dynamiek van de binnenwereld van het gehele organisme dat een voortdurend actueel méngsel was van de input zoals die door de binnenwereld van alle kanten vanuit de buitenwereld werd ontvangen én de output waarmee door die binnenwereld als geheel op de van buitenaf binnenkomende input werd gereageerd terwijl de via het animale deel van het zenuwstelsel door de lokaal vanuit de buitenwand van het organisme ontwikkelde zintuigen ontvangen input bevatte van de invloed vanuit de wereld buiten het organisme zónder verdere bijmenging. De representatie in het brein van de homeostase vertegenwoordigde dan, los van die zintuigelijke input, de voortdurend veranderende afstand en richting ten opzichte van het middelpunt van de cyclische homeostatische dynamiek rond dat middelpunt dat, zoals eerder aangegeven, het interactiepunt was waarmee het organisme als geheel met de buitenwereld interacteerde. Omdat de representatie van de vanuit de buitenwereld via de zintuigen lokaal ontvangen input echter níét met output vermengd was, liep díé input dan gelijk op met het gedéélte van de representatie van de input van de homeostatische gemengde dynamiek dat uitsluitend de van alle kanten binnenkomende input vanuit de buitenwereld vertegenwoordigde. En omdat de interactie van die op twee verschillende manieren vanuit de buitenwereld geactiveerde in de intermediaire binnenwereld van het brein gerepresenteerde input in één gemeenschappelijke interactiepunt samenkwam, betekende dit vervolgens voor de vandaaruit immanent in omgekeerde richting gecombineerd beleefde inhoud van die representaties, dat de interactie van de zintuigelijk gerepresenteerde input vanuit de buitenwereld met die van het ermee gelijk oplopende inputgedeelte van de gerepresenteerde homeostase van de binnenwereld van het organisme niet zonder consequenties werd aangevuld maar als gecombineerd beleefde inhoud, dat wil zeggen als inhoudelijk met de door het organisme als geheel van alle kanten van buitenaf ontvangen opgeladen invloed op de ten opzichte van de buitenwereld rond het gerepresenteerde homeostatische middelpunt c.q. het interactiepunt van de met de buitenwereld interacterende binnenwereld van het organisme als geheel gerichte dynamiek.
Met de tot nu toe besproken opbouw van de in hun gemeenschappelijke interactiepunt in het brein samenkomende onderlinge interactie van geactiveerde representaties vanuit de buitenwereld en de binnenwereld van het organisme voor ogen kunnen we dan nu gaan proberen de eerste beschrijving vanuit dat interactiepunt immanent beleefde interactie van zo’n organisme met een zenuwstelsel definitief voor te bereiden.
Het feit dat de gelijk oplopende lokaal via de buitenwand vanuit de buitenwereld ontvangen zintuigelijke invloed en de van alle kanten rondom vanuit de buitenwereld ontvangen en vervolgens vanuit de binnenwereld in het brein ontvangen homeostatische invloed op een van elkaar verschillende wijze in het brein terechtkwam en gerepresenteerd werd en op die manier in het door die representaties gezamenlijk gedeelde interactiepunt van het brein samenkwam betekende dat de zintuigelijke invloed vanuit dat interactiepunt samen met de ermee gelijk oplopende homeostatische invloed tegenover de buitenwereld gecombineerd in omgekeerde richting immanent inhoudelijk werd beleefd als de mate en richting van de waardering van die lokaal van buitenaf ontvangen invloed op de op stabiele samenhang gerichte cyclisch homeostatische dynamiek van de binnenwereld van het organisme ten opzichte van het middelpunt van die dynamiek c.q. op de op stabiele samenhang gerichte interactie van zijn vanuit zijn interactiepunt met de buitenwereld interacterende binnenwereld. Deze immanente gecombineerd inhoudelijke beleving is niets anders dan dat wat op den duur via natuurlijke selectie uiteindelijk in ons eigen in het hier en nu beleefde individuele menselijke bewustzijn verschijnt als onze specifiek eigen directe ervaring, de ervaring die in de filosofie met de term quale wordt aangeduid als dat wat aan ons volkomen onbetwijfelbaar en tegelijkertijd niet-verifieerbaar volstrekt individueel verschijnt. Deze voor iedereen onloochenbare particuliere ervaring is het van binnenuit tegenover het in het interactiepunt van het brein beleefde actueel tijdelijk lokaal via de buitenwand van de binnenwereld geselecteerde specifiek gedifferentieerde deel van de in de intermediaire binnenwereld van het brein vanuit de wereld buiten die binnenwereld gerepresenteerde invloed gecombineerd met het deel van de rondom via die buitenwand door de binnenwereld ontvangen invloed op de actueel in het brein gerepresenteerde permanente representatie van de homeostatische dynamiek van de binnenwereld. Deze zo beleefde ervaring wordt van binnenuit gewaardeerd als de actuele tijdelijk gedifferentieerd gerepresenteerde invloed vanuit de buitenwereld op de actueel gerepresenteerde gedurende het leven permanent gerepresenteerde op samenhangende stabiliteit gerichte dynamiek van de binnenwereld en wel als de mate van en richting van stabilisatie of destabilisatie van die op stabiliteit gerichte cyclische dynamiek ten opzichte van het zo impliciet beleefde middelpunt van die dynamiek c.q. interactiepunt van de op stabiliteit gerichte met de buitenwereld interacterende binnenwereld. De beleving van die waardering is dan positief als die invloed een stabiliserende werking heeft en negatief als hij een destabiliserende werking heeft, terwijl de impliciete representatie van het homeostatische middelpunt c.q. het interactiepunt van de binnenwereld dan als het oriëntatiepunt van die positieve of negatieve waardering wordt beleefd. Bovendien wordt als gevolg daarvan het reactieve outputgedeelte van de in het brein gerepresenteerde homeostatische dynamiek tegenover die gewaardeerde input van buitenaf beleefd als vanuit datzelfde vervolgens als bron beleefde punt voortkomende drang, terwijl de zo als oriëntatiepunt én als bron samenvallende beleving van het homeostatisch middelpunt/ interactiepunt van de binnenwereld van het organisme dan vervolgens wordt beleefd als het omslagpunt van zijn eigen samenhang waarderende én vanuit drang creërende zelf. Met andere woorden, de representatie van het homeostatische middelpunt/ het interactiepunt van de binnenwereld van het organisme manifesteert zich vanuit het interactiepunt van het brein tegenover de buitenwereld immanent als de beleving van zijn van binnenuit zelf waarderende én creërende binnenwereld.
Zoals eerder aangegeven was het een beschadiging van de buitenwand van het organisme die tot zijn eerste als zodanig werkelijk belééfde immanente interactie leidde. De lokale invloed van die beschadiging domineerde enige tijd de rest van de van alle kanten via zijn buitengrens binnenkomende invloed op de op stabiliteit van zijn samenhang gerichte met de buitenwereld interacterende binnenwereld. waardoor die invloed vanuit het interactiepunt van zijn brein immanent inhoudelijk manifest werd als de beleefde negatieve waardering van ten opzichte van het als zelf beleefde homeostatisch middelpunt/ interactiepunt van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld en wel als de tegenover de buitenwereld zelf van binnenuit als pijn beleefde negatieve waardering van dat deel van de via de buitengrens van zijn lichaam ontvangen invloed én de naar aanleiding van die invloed als drang beleefde creatie van zijn zo als eigen reactie beleefde terugtrekreactie. De tijdelijk in die omstandigheden lokaal geselecteerde invloed van de buitenwand zich daarmee inhoudelijk manifesteerde ten opzichte van de totale rondom van buitenaf ontvangen invloed als het beleefde besef van het eigen bestaan: het prille aanvankelijk weliswaar inhoudelijk beperkte maar impliciet potente van buitenaf én van binnenuit tot leven gewekte paradoxale besef een deel van de wereld te zijn én van de wereld gescheiden te zijn.
Het creatieve proces van de natuur blijkt zich in organismes met een zenuwstelsel als immanente beleving te manifesteren van het door urgentie van buitenaf én van binnenuit tot leven gewekte besef van het eigen bestaan. Die allereerste pijnlijke emotionele beleving van het organismes was het begin van de verdere evolutie van het animale deel van zijn zenuwstelsel, creëerde als Prometheus’ vuur het als waarde beleefde besef van zijn bestaan en was de aankondiging van de door onszelf beleefde creatieve rijkdom van ons eigen bestaan. Een kunstwerk wordt dan ook als menselijke manifestatie van dat creatieve proces allereerst door urgentie tot leven gewekt. Het schudt wakker, wekt aandacht voor wat op het spel staat en maakt je steeds weer nieuwsgierig naar wat je overkomt.
§ Het is overigens opmerkelijk dat het interactiepunt van de geactiveerde representaties in het brein op deze wijze een in één natuurkracht verenigd elektromagnetisch interactiepunt blijkt te zijn waarin die representaties de volgens de huidige natuurkunde door víér natuurkrachten bepaalde interactie van de dingen in de wereld buiten het brein samenvat, terwijl elke die representaties samenstellende zenuwcel gedurende een uniek tijdsbestek op zijn eigen unieke locatie in het brein als afzonderlijke eenheid wordt geactiveerd en zo het digitaal geactiveerde samenwerkingsverband van zo’n als eenheid functionerende representatie samen met andere geactiveerde zenuwcellen samenstelt.

4

De natuur is de creatie van de interacterende dingen. Het mysterie van de geboorte van dat interactiegebeuren leidde via de evolutie van als open kringloop functionerende dingen tot het immanent door organismes met een zenuwstelsel zelf beleefde bestaan dat zich onder andere in de bewuste ruimte van de menselijke verbeelding ontplooit. Het ontstaan van die verbeelding kan worden toegelicht aan de hand van de ontwikkeling van het geheugen en de daarmee verband houdende emoties en instincten.
Zoals eerder aangegeven functioneert het zenuwstelsel, dat tijdens de embryonale ontwikkeling van het organisme uit de buitenwand van zijn binnenwereld ontstaat, als een intermediaire binnenwereld tussen het geheel van die binnenwereld en de wereld erbuiten. De eerste door een dergelijk organisme van binnenuit beleefde emotie manifesteerde zich vervolgens door beschadiging van diezelfde buitenwand. De ten opzichte van het totaal van de van alle kanten binnenkomende invloed voor zijn voortbestaan dominante mate en duur van de lokale invloed van die beschadiging op zijn binnenwereld wekte dat gedeelte vanuit het interactiepunt van de intermediaire binnenwereld van zijn brein immanent tot leven als de tegenover het totaal van de via zijn buitenwand binnenkomende invloed van de van binnenuit vanuit het vervolgens als zelf beleefde interactiepunt van zijn binnenwereld als pijn beleefde negatieve waardering van die lokaal ontvangen invloed van die beschadiging en het daardoor naar aanleiding van die gewaardeerde invloed als drang beleefde creatie van zijn zo als eigen reactie beleefde terugtrekreactie. Deze pijnlijke emotie was het startsein van de evolutie van een groot aantal onder invloed van sleutelsituaties in de buitenwereld opgeroepen emoties en instincten. De tweede emotie die zo ontstond werd als angst beleefd en ging net als de eerste emotie met een als drang beleefde terugtrekreactie gepaard maar werd daarnaast ook door andere, op beschadiging vooruitlopende, invloed van buitenaf veroorzaakt. Die laatste input was mogelijk geworden omdat door natuurlijke selectie vanuit de buitenwand van zo’n organisme op den duur zintuigen evolueerden die via de zenuwuiteinden van de zenuwcellen die bij die zintuigen hoorden door druk- en trekkrachten, luchtdrukgolven, chemische stoffen en elektromagnetische straling konden worden geactiveerd, dat wil zeggen door interactie met dingen die zich deels op afstand van zijn buitenwand in de buitenwereld bevonden. Weer later ontstond naar aanleiding van soortgelijke interactie met dingen in de buitenwereld de derde dit keer als woede beleefde emotie die echter met een eraan tegengestelde, op de bron van die potentiële beschadiging gerichte, als drang beleefde reactie gepaard ging. Het is duidelijk dat deze laatste emotionele reactie op een complexere wijze tot stand moest zijn gekomen dan de eerste twee, omdat deze agressieve reactie impliceerde dat binnen het zenuwstelsel onder invloed van gelijksoortige interactie met dingen in de buitenwereld op een of andere manier beslist werd óf met een aan angst gekoppelde terugtrekreactie te reageren, dat wil zeggen met vluchtgedrag, óf met een, in omgekeerde richting op die potentiële bedreiging gerichte aan woede gekoppelde reactie.
De ontwikkeling van organismes met een zenuwstelsel in de richting van een keuzemenu van emoties en instincten kan worden gezien als de opbouw van een steeds gedifferentieerder maar verder nog steeds relatief beperkt en star gedragsrepertoire dat geleidelijk door natuurlijke selectie in die organismes evolutionair werd opgebouwd en vervolgens tijdens hun individuele leven in specifieke omstandigheden in de buitenwereld via relatief beperkt inhoudelijke beleving van die omstandigheden werd opgeroepen. In dit opzicht lijkt die ontwikkeling dan ook vooruit te lopen op het ontstaan van een tijdens het individuele leven van organismes opgebouwd meer gedifferentieerd geheugen en daarmee op de ontwikkeling van flexibeler en meer open gedrag. In werkelijkheid echter was de volgorde van die opbouw omgekeerd en liep dat aanvankelijk weliswaar nog beperkte geheugen op dat evolutionair ingebouwde basismateriaal van emoties en instincten vooruit en wel door de wijze waarop representaties van de wereld buiten het brein in het brein functioneerden.
Zoals eerder besproken bestaat zo’n representatie uit zenuwcellen die in de intermediaire binnenwereld van het brein als groep geactiveerd worden door interactie met dingen in de binnenwereld het organisme en de wereld buiten het organisme. Zo’n tijdelijk vanuit de buitenwereld geactiveerde als eenheid met een eigen interactiepunt functionerende representatie interacteert in het brein vervolgens met andere op dat moment ook tijdelijk geactiveerde representaties én met de op dat moment gerepresenteerde permanente representatie van zijn homeostatische binnenwereld en vormt zo samen met die andere representaties één gemeenschappelijk gedeeld actueel interactiepunt van het op dat moment geactiveerde deel van zijn brein. Dat betekent dat het interactiepunt van zo’n tijdelijk vanuit de buitenwereld geactiveerde representatie zich op een specifiek tijdstip op een specifieke plaats binnen het brein bevindt en dat het zich zo afhankelijk van het verloop van de veranderingen die binnen zo’n representatie plaatsvinden in het brein verplaatst en dat geldt dan uiteraard ook voor het gemeenschappelijke interactiepunt van het gehele op dat moment geactiveerde deel van het brein. Het is vervolgens zeer wel denkbaar dat door natuurlijke selectie de locatie van het traject van het interactiepunt van zo’n representatie en het ermee verbonden gemeenschappelijke interactiepunt van het geactiveerde deel van het brein via een verkleinde samenvattende kopie op een daarvoor geschikte plek in het brein kon worden gevolgd en als locatiespoor c.q. geheugenspoor structureel kon worden vastgelegd(4). Zo’n op die manier tijdens het leven van zo’n organisme bewaard spoor kon dan als aanzet functioneren voor de latere hernieuwde activatie van zo’n oorspronkelijke representatie die dan vervolgens vanuit het samen met de op dat moment in het brein geactiveerde representaties gedeelde gemeenschappelijke interactiepunt als herinnerde representatie immanent kon worden herbeleefd. Als zo’n spoor namelijk steeds weer, wanneer het locatiespoor van een op die eerdere representaties lijkende op een later tijdstip vanuit de wereld buiten het brein geactiveerde representatie op een ermee overeenkomende bewaarplaats terechtkwam, vanuit zijn bewaarplaats in het brein opnieuw geactiveerd werd kon dat spoor zich vervolgens als een steeds verder geoptimaliseerde structuur van het brein gaan ontwikkelen van vanuit de wereld buiten het brein geactiveerde representaties, dat wil zeggen als een zich via reactivaties ontwikkelend geheugen.
Het is aannemelijk dat het geheugen op die manier in het brein via herhaling werd opgebouwd als een uit modellen bestaande structuur van de via patronen van gebeurtenissen gerepresenteerde invloed van het gebeuren van de in de buitenwereld met de binnenwereld interacterende dingen. Die invloed werd opgebouwd als de combinatie van de specifiek lokaal via zintuigen geselecteerde invloed met het gedeelte van de in het brein gerepresenteerde homeostatische invloed dat de rondom van alle kanten binnenkomende via de gehele binnenwereld gewaardeerde invloed vertegenwoordigde. Die combinatie werd dan telkens op een specifieke wijze beleefd en riep zo een steeds daaraan gekoppelde beleefde drang op van de in het organisme ontstane creatie van zijn reactie. Die gedurende individuele levens opgebouwde structuur evolueerde dan vervolgens via natuurlijke selectie als een achter dat geheugen aan lopend aangeboren steeds verder geoptimaliseerd en steeds genuanceerder conceptueel stelsel van emotionele en instinctieve voorbereiding van representaties dat dan gedurende het leven van individuele organismes steeds tot de daaraan gekoppelde drang leidde. De interactie met het uit interacterende dingen bestaande gebeuren in de wereld buiten het brein wordt dan vanuit het gemeenschappelijke interactiepunt van het brein als een ding beleefd wanneer het conceptuele model van dat gedeelte van de interactie een relatief onveranderlijk gedeelte vertegenwoordigt en wordt als interactiepatroon beleefd als het conceptuele model van een gedeelte van de interactie een samenhangend veranderende reeks van die dingen vormt. Zo’n als gebeurtenis geactiveerde representatie wordt op deze wijze als een uit modellen van patronen bestaand concept opgebouwd dat zich vervolgens als een vanuit het interactiepunt van de intermediaire binnenwereld van het brein immanent beleefde samenhangend veranderende eenheid ontwikkelt. Met andere woorden, een concept moet worden beschouwd als een zich via modellen van patronen als een gebeurtenis ontwikkelende in het geheugen bewaarde en vervolgens vanuit het geheugen in het brein in het hier-en-nu gereactiveerde beleefde waarderende interpretatie van de in het brein interacterende representaties van het uit interacterende dingen bestaande gebeuren buiten het brein die steeds tot beleefde drang leidt van de creatie van de eigen reactie.
Individuele organismes met een zenuwstelsel konden zich zo aanvullend op een in eerste instantie gedurende levens van eerdere organismes individueel opgebouwde structuur geleidelijk collectief evolutionair aangeboren structureel stelsel van emoties en instincten en daar via hun eigen geheugen vervolgens op vooruitlopend steeds verder ontwikkelen. Het is dan ook begrijpelijk dat deze ontwikkeling op den duur kon leiden tot steeds gedifferentieerder, meer open en uiteindelijk steeds meer bewust beleefde voorbereiding van gedrag. Zoals gezegd ontstond de eerste emotie van een organisme als de zelf van binnenuit specifiek als pijn beleefde negatief gewaardeerde gebeurtenis van de ten opzichte van de rondom via zijn binnenwereld vanuit de buitenwereld lokaal via de buitenwand van zijn binnenwereld ontvangen invloed van een beschadiging van die buitenwand en de naar aanleiding daarvan beleefde drang van de creatie van zijn zo als eigen reactie beleefde terugtrekreactie. Die allereerste emotie ontwikkelde zich vervolgens door bij herhaling tijdens zijn leven als een model van het patroon van die gebeurtenis vastgelegde geheugenstructuur van die ontvangen invloed die bij reactivatie steeds met eraan gekoppelde beleefde drang van de creatie van zijn eigen reactie gepaard ging en werd daarna door natuurlijke selectie op den duur als aangeboren voorbereidende structuur vastgelegd van de emotionele en instinctmatige interpretatie van soortgelijke representaties. Een representatie van het uit interacterende dingen bestaande gebeuren buiten het brein werd zo als een via een steeds complexere steeds optimaler voorbereidende emotionele en instinctieve aangeboren structuur van een als specifiek beleefde waardering van een gebeurtenis ontvangen en zo gedurende het individuele leven van organismes in de richting van daarbij behorend gedrag gestuurd én zo’n representatie werd tegelijkertijd tijdens hun individuele levens als een daarop aanvullende nuancering van die emoties en instincten opgebouwd en bewaard. Representaties in het brein van individuele organismes bouwden met andere woorden voort op emoties en instincten in de richting van een steeds genuanceerdere steeds verder geoptimaliseerd stelsel van via modellen van patronen specifiek waarderende voorbereidende interpretatie van vanuit het brein aangestuurd op voortzetting van het bestaan van het organisme gericht gedrag.
Concepten die zich zo via representaties in het brein inhoudelijk aanvankelijk nog zeer beperkt manifesteerden werden op die manier geleidelijk steeds optimaler gericht op meer open en tegelijkertijd steeds nauwkeuriger voorbereid gedrag. Het interactiepunt van de intermediaire binnenwereld van het brein was dan ook impliciet een complex knooppunt geworden van waaruit de actueel erin samenkomende interactie immanent steeds opener en preciezer conceptueel inhoudelijk werd beleefd terwijl de zich zo ontwikkelende inhoud impliciet leidde tot een steeds verder geoptimaliseerde duur en ruimte van het bewust beleefde gedeelte van die interactie.
Conceptueel waarderend geïnterpreteerde representaties ontwikkelden zich dus via individuele levens van organismes op basis van een inhoudelijk aanvankelijk nog zeer beperkt maar op den duur steeds complexer geheugen vooruitlopend en aanvullend op een aanvankelijk nog niet geëvolueerd en vervolgens beperkt maar op den duur steeds complexer aangeboren repertoire van emoties en instincten. Tegelijkertijd was die ontwikkeling voortdurend gecombineerd met de steeds actueel gerepresenteerde invloed op de homeostatische dynamiek van de binnenwereld van het organisme en op die manier voortdurend gericht op de naar voortzetting van zijn bestaan strevende interactie van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld. Concepten die zich zo via representaties in het brein manifesteerden werden steeds optimaler gericht op meer open en tegelijkertijd nauwkeuriger voorbereid gedrag. Op die manier was het interactiepunt van de intermediaire binnenwereld van het brein impliciet een complex knooppunt geworden van waaruit de actueel erin samenkomende interactie immanent steeds opener en preciezer conceptueel inhoudelijk werd beleefd terwijl de zich zo ontwikkelende inhoud impliciet leidde tot een steeds verder geoptimaliseerde duur en ruimte van het bewuste gedeelte van de interactie zoals die uiteindelijk door onszelf wordt beleefd.
Dankzij de opbouw via aangeboren emoties en instincten en in het gedurende het individuele leven bewaarde structureel opgebouwde geheugen interacteerden conceptueel door de intermediaire binnenwereld van het brein voorbereide daar via de invloed van actueel vanuit de uit interacterende dingen bestaande buitenwereld en vanuit het totaal van de uit interacterende dingen bestaande binnenwereld van het organisme geactiveerde zenuwcellen representaties vanuit het hier-en-nu van het immanente perspectief van het gemeenschappelijk interactiepunt van het op dat moment geactiveerde deel van het brein dan niet alleen met elkaar maar ook met eerder in het brein vastgelegde op dat moment conceptueel gereactiveerde representaties. Die konden dan vervolgens weer met andere gereactiveerde concepten interacteren en konden zo bovendien als gevolg van hun interactie in het brein door splitsing en samenvoeging worden veranderd waardoor ze vervolgens als veranderde concepten weer konden worden vastgelegd. Daarna konden ze dan weer worden gereactiveerd en zich door die steeds weer hervatte onderlinge interactie in feite onbeperkt ontwikkelen. Bovendien kon de interactie van die via de interne feedbackloop van in het geheugen bewaarde en vervolgens gereactiveerde herinnerde concepten met actueel vanuit de buitenwereld geactiveerde representaties zich zo, omdat de output van het organisme in de vorm van gedrag via zintuigelijke input van de externe gevolgen ervan in de buitenwereld steeds weer opnieuw met het brein was verbonden, vervolgens ook als externe feedbackloop met de wereld buiten het brein ontwikkelen waardoor die output de voorbereiding van erop volgende output met terugwerkende kracht cyclisch kon beïnvloeden. Er was met andere woorden een via het hier-en-nu van het interactiepunt van het brein verlopende het verleden met de toekomst verbindende dubbele feedbackloop ontstaan, waarbij voor de continuïteit van de richting van de voortdurend veranderende interactie van conceptueel waarderend geïnterpreteerde representaties en gereactiveerde actueel herinnerde concepten in het brein doorslaggevend bleef dat die zich permanent gecombineerd voltrok met de voortdurend actueel gerepresenteerde ten opzichte van de buitenwereld rond het als zelf beleefde middelpunt van de op stabiele samenhang gerichte homeostatische dynamiek c.q. ten opzichte van het interactiepunt van de op samenhangende stabiliteit gerichte met de buitenwereld interacterende binnenwereld van het organisme.
De allereerste emotionele met een pijnlijke beleving en als drang beleefde terugtrekreactie gepaard gaande door lokale beschadiging veroorzaakte selectie van het totaal van de van alle kanten van buitenaf binnenkomende invloed betekende een vergroting van de effectiviteit van de in het hier-en-nu van het interactiepunt van het brein samenkomende op voortbestaan van het organisme als geheel gerichte voorbereiding van de output vanuit het brein naar de spieren van het organisme en was daarmee het startsein van de verdere evolutie van de zintuigen en het animale deel van het zenuwstelsel dat impliciet het immanent als specifiek waarderende interpretatie beleefde deel en als drang beleefde deel van de creatie van de interactie van het organisme vergrootte. Wanneer het volume van de op die manier vanuit het uit interacterende dingen bestaande gebeuren in de buitenwereld als conceptueel inhoudelijk urgente gebeurtenis beleefde specifiek waarderend geïnterpreteerde deel van zijn interactie met een soortgelijk gedeelte van een gereactiveerd actueel herinnerde interpretatie van zo’n gebeurtenis werd verbonden, betekende dit in feite dat de immanent in de hier-en-nu zelf beleefde inhoudelijke ruimte van dat gebeuren met die van de vanuit het verleden met het actuele interactiepunt van zijn brein verbonden inhoud van die herinnerde specifiek waarderende interpretatie werd uitgebreid. Die uitgebreidere inhoudelijke ruimte betekende bovendien dat op den duur onvermijdelijk niet alleen negatieve bedreigende inhoud in beeld kwam, maar op den duur ook positieve en voor het voortbestaan van het organisme op de langere termijn gunstige inhoud en dat zich in de slipstream daarvan niet alleen negatieve maar ook positieve emoties en instincten konden ontwikkelen.
Dankzij het geheugen werd de optimalisatie van specifiek waarderend geïnterpreteerd beleefde en daaraan gekoppelde beleefde drang van de interactie van het organisme in toenemende mate door de consequenties van het gedrag bepaald waar die interactie eerder al of niet toe had geleid. De in en vanuit het zelf bij een herinnerd concept impliciet herbeleefde eerdere positief of negatief gewaardeerde interpretatie raakte steeds meer gekoppeld aan de herinnerde gevolgen van die al of niet in gedrag omgezette eerdere interactie van conceptueel specifiek waarderend geïnterpreteerde representaties in het brein die vervolgens via de toenmalige en latere feedbackloop van het organisme met de buitenwereld waren terugontvangen. De vanuit het hier-en-nu van het actuele interactiepunt van het brein op die manier herbeleefde externe feedback van een herinnering bij een actuele conceptuele beleving van een soortgelijk gebeuren in de buitenwereld en het actuele verloop van feedback vanuit de buitenwereld werd daarbij voortdurend, aansluitend op aangeboren emotionele en instinctmatige beleving, op samenhangende stabiliteit gericht van zijn met de buitenwereld interacterende aanvullend en nuancerend zelf beleefde binnenwereld. De groei van de immanent inhoudelijk beleefde ruimte van de actuele interactie werd in feite evolutionair alleen nog door het energieverbruik van het organisme als geheel begrensd en leidde zo tot het in ruimte en tijd bewust beleefde verhaal van zijn verbeelding.
Door de in de interactieknoop van het brein samenkomende en daarvanuit immanent beleefde steeds uitgebreidere en complexere voorbereiding van output waren organismes met een zenuwstelsel gedurende de evolutie op den duur in staat in de loop van hun leven vaardigheden te leren die tot onbeperkt gedifferentieerde vormen van niet alleen individueel maar ook sociaal gedeeld gedrag en taal konden leiden. De beleefde conceptuele sociaal-cultureel specifiek waarderend interpreterende ontwikkeling van organismes die zo ontstond liep zoals steeds vooruit op een zich in de slipstream evolutionair ontwikkelend steeds complexer stelsel van onder andere gemengde sociale emoties en instincten en leidde via gedurende individuele levens in het geheugen bewaarde concepten van de in zijn brein gerepresenteerde interactie met de wereld tot een uiteindelijk steeds complexere individueel beleefde verhaallijn van gebeurtenissen en afhankelijk van individueel via de externe feedbackloop van individueel beleefd eigen gedrag tot een niet alleen vanuit het verleden narratief beleefde gedachtestroom maar ook zelf dat verhaal bewust evaluerende, de toekomst verbeeldende en bij de mens bovendien het onbekende mogelijke en onmogelijke verbeeldende gedachtestroom. De zo ten opzichte van de buitenwereld rond zijn zelf op stabiliteit gerichte onbeperkte gedachtestroom, die in diepste zin uit de onbegrepen oorsprong van het creatieve proces van de natuur voortkomt, streeft van binnenuit ook al is dat buiten bereik naar het ultieme.
Het zelf reikt onophoudelijk naar het ultieme raadsel en raakt dat uitsluitend in het voorbijgaan. De beleefde binnenwereld van het brein spiegelt de wereld als de onherroepelijke ruimte achter zich en ontplooit zich in de onbeperkte verbeeldingsruimte voorwaarts. Het kunstwerk toont als manifestatie van menselijke creativiteit voortdurend de paradoxale verbondenheid van de verloren ruimte waar het uit voortkomt met de open verbeeldingsruimte waarin het zich begeeft en raakt zo in het voorbijgaan het ultieme. Kunst maakt het mysterie van de creatie aanraakbaar.

5

De al of niet bewuste stroom van actuele, herinnerde en verbeelde inhoud van gedachten zoals die door de mens wordt beleefd = het in het hier-en-nu van het interactiepunt van de intermediaire binnenwereld van zijn brein immanent samenkomende deel van de conceptueel ontvangen onderlinge interactie van de representaties van vanuit de onder andere eerdere output van het eigen lichaam bevattende wereld buiten zijn binnenwereld geactiveerde actueel met hem interacterende dingen én van de gereactiveerde representaties van vanuit in de intermediaire binnenwereld van het brein bewaarde concepten van in het verleden conceptueel ontvangen representaties van vanuit de onder andere eerdere eigen output bevattende buitenwereld geactiveerde met hem interacterende dingen én gereactiveerde representaties van door eerdere onderlinge interactie in het brein veranderde concepten van die eerdere conceptueel ontvangen representaties die alle in het hier-en-nu van het actueel geactiveerde interactiepunt van het brein interacteren met de op dat moment gerepresenteerde ten opzichte van de buitenwereld rondom het middelpunt van de actuele homeostatische dynamiek van zijn ten opzichte van datzelfde punt als interactiepunt met de buitenwereld interacterende permanent gerepresenteerde binnenwereld.
De via gereactiveerde concepten als omslagpunten van het zelf impliciet herbeleefde interactiepunten van zijn in het verleden met de buitenwereld interacterende binnenwereld worden vanuit het actuele hier-en-nu van het interactiepunt van het brein immanent als van de actuele buitenwereld gescheiden doorlopende lijn beleefd van zijn tegelijkertijd met het als actuele omslagpunt van het zelf beleefde interactiepunt van zijn met de actuele met de buitenwereld interacterende binnenwereld verbonden reeks herbeleefde omslagpunten. Dit betekent dat in het verleden vanuit de buitenwereld geactiveerde conceptueel ontvangen representaties, indertijd vervolgens als concepten opgeslagen en later in het actuele hier-en-nu gereactiveerde representaties van die concepten en door eerdere onderlinge interactie veranderde concepten in het actuele interactiepunt van het brein impliciet worden beleefd als continuïteit van de herbeleefde inhoudelijke ruimte van de vanuit het verleden met de inhoudelijk beleefde ruimte van het actuele zelf verbonden gedachtestroom. Dit houdt tevens in dat die oorspronkelijk van buitenaf geactiveerde conceptueel ontvangen representaties en in de intermediaire binnenwereld van het brein bewaarde en vervolgens in het hier-en-nu gereactiveerde representaties van die concepten en van in het verleden door onderlinge interactie veranderde concepten in het hier-en-nu van het interactiepunt van het brein inhoudelijk gescheiden van de invloed van de actueel vanuit buitenwereld geactiveerde conceptueel ontvangen representaties worden beleefd als binnenin vanuit het verleden geactualiseerde waardering van de toen beleefde invloed van buitenaf inclusief de tot nu toe van buitenaf terugontvangen invloed van eigen output, terwijl de van binnenuit in het hier en nu als vanuit het verleden geactualiseerde toen als eigen reactie beleefde reactieve drang verbonden met de actueel als eigen reactie beleefde reactieve drang rond en ten opzichte van de actueel als omslagpunt van het zelf beleefde representatie wordt beleefd van het homeostatisch middelpunt c.q. het interactiepunt van zijn met de buitenwereld interacterende binnenwereld.
Tijdens de actuele interactie van de op deze wijze geactiveerde conceptueel actueel ontvangen representaties en actueel vanuit het geheugen gereactiveerde representaties van concepten ontstaan door samenvoeging en splitsing inhoudelijke veranderingen die zich als retrospectieve evaluatie en prospectief verbeeldende voorbereiding van output in nieuwe richtingen kunnen ontwikkelen. Ze worden daarbij enerzijds binnenin gewaardeerd als vanuit de intermediaire binnenwereld van het brein herinnerde en verbeelde beleving van representaties van gereactiveerde concepten en anderzijds daarvan gescheiden gewaardeerd als beleving van actueel vanuit de buitenwereld geactiveerde conceptueel ontvangen representaties en ze worden van binnenuit als eigen reactie beleefde reactieve drang tegenover die binnenin vanuit de intermediaire binnenwereld van buiten af en daarvan gescheiden van buiten af actueel beleefde invloed op de ten opzichte van en rond het als omslagpunt van het historische zelf beleefde met het als omslagpunt van het actuele zelf verbonden beleefde middelpunt van de homeostatische dynamiek c.q. interactiepunt van het met de buitenwereld interacterende binnenwereld als van elkaar verschillend beleefde eigen reactieve drang. De evaluerende en verbeeldende voorbereiding van output wordt op die manier als een via van elkaar verschillend beleefde actuele én historische gut feeling voortdurend in- en uitzoomen op binnenin gewaardeerde en herwaardeerde invloed van van buitenaf en van binnenuit zelf gewilde als eigen reactie beleefde wisselende reactieve drang rond en ten opzichte van actueel van buitenaf geactiveerde conceptueel ontvangen representaties én vanuit de intermediaire binnenwereld van het brein herbeleefde gereactiveerde representaties van bewaarde concepten van oorspronkelijk van buitenaf geactiveerde conceptueel ontvangen representaties en van gereactiveerde representaties van in het verleden door splitsing en samenvoeging veranderde concepten. Tijdens die evaluatie en verbeelding wordt in het hier-en-nu bij het inzoomen hun verzet beleefd, hun reactiekracht, zoiets als Newtons Actie = Reactie(5), terwijl bij het uitzoomen van binnenuit hun samenhang wordt beleefd, hun streven naar voortzetting van hun als samenhangende wilskracht, zoiets als Schopenhauers wil(6), beleefde eenheid. Via de intermediaire binnenwereld van het brein en de binnenwereld van het organisme als geheel vormt zich zo gecombineerd met de voortdurende actuele input van buitenaf vanuit het interactiepunt van die intermediaire binnenwereld via het immanent inzoomend en uitzoomend perspectief voortdurend niet alleen een evaluerende terugblik op eerdere gedachteninhoud maar ook een verbeeldende vooruitblik op wat er nog niet is en op dat wat buiten bereik ligt.
Via uit evaluatie voortkomende verbeelding ontstaan bij de mens onder andere concepten van het ultiem stabiele midden als dat waar hij, ook al blijft het buiten bereik, voortdurend van binnenuit naar streeft. Het ervaren van kunst is een voortdurend inzoomen waarbij alle elementen van het kunstwerk uiteen gaan én uitzoomen waarbij dat alles zich verenigt. Een kunstwerk toont het levende verband van een ambigue verschuivend perspectief op schoonheid als verzet dat wil bestaan.

6

Het menselijk bestaan wordt op een dominante manier door het bewustzijn bepaald. De invloed van dat bewustzijn op het creatieve proces blijft echter beperkt. Elke handeling is immers onderdeel van de zich in het hier en nu voltrekkende interactie met zijn omgeving en als zodanig onbewust. Het bewuste bestaat uitsluitend uit input en zit actuele output voortdurend achterstevoren op de hielen. Actuele actie kan met andere woorden alleen als input achteraf in het actuele bewustzijn worden geëvalueerd en voorbereid: het bewustzijn kijkt als Orpheus achterom.
De kringloopbeweging waarmee input in het zelf aankomt en in output overgaat, dat wat we flow noemen, is een van buiten naar binnen en op die manier in het brein vanuit het verleden opgebouwd proces dat zich in het hier-en-nu van het interactiepunt van het brein immanent manifesteert als een zich in het als omslagpunt van het zelf beleefde interactiepunt van de binnenwereld van binnen naar buiten voltrekkende toekomstgerichte feedbackloop met de buitenwereld. Tijdens de flow van een creatieve actie is de inhoud van het bewustzijn beperkt tot het volgen van de ultieme gerichtheid van actueel binnenkomende input en beweegt zo geconcentreerd en zonder bijgedachten samen met actuele niet-bewuste input en output de toekomst in. Kunstzinnig handelen komt voort uit een mentaliteit die met vertrouwen voorbij het bekende wil reiken en voltrekt zich onbevangen als een voor-het-bewuste-uitlopen. De in de werkelijkheid gerealiseerde waarde van een zich in de flow ontplooiende creatieve actie die achteraf onverwacht uitpakt en waarvan je zou kunnen denken dat die correctie zou behoeven, blijkt dan door de volgende actie al veranderd en achteraf de goede richting voorwaarts.
Creatief handelen vertrouwt op een deels uit onbekende regionen van de eigen persoonlijkheid voortkomende impuls en op het tegemoet treden van het toeval. Het is niet het maken van iets moois maar toont de kracht van het creatieve proces van het leven inclusief het pijnlijke en toevallige dat van buitenaf komt en het omarmt de volheid van dat leven inclusief het lelijke en kwalijke dat van binnenuit kan komen.

7

Het creatieve proces van de mens komt voort uit een immanent streven dat hij met alle dingen in de natuur deelt. Dat streven komt voortdurend van binnenuit en is gericht op de inherente waarde van het bestaan in de wereld als beleefde samenhang ook al blijft ultieme samenhang buiten bereik. De waarde van dat bestaan heeft iets paradoxaals omdat al dat streven met pijn en strijd gepaard gaat, tijdelijk is, onvermijdelijk tragisch en vergeefs. Hoe zo is het dan waardevol? Je kunt het eigenlijk niet anders dan met ironie bezien al kan die ironie toch wel degelijk mild zijn. Want, hoe je het ook wendt of keert, juist aan de onverzettelijkheid van al dat streven wordt waarde ontleend, als iets dat noodzakelijk van binnenuit dwingend werkelijk gerealiseerd wil worden. Het is een uit het raadsel van het creatieve proces van de natuur voortkomend verlangen dat als buiten bereik reiken waargemaakt wil worden door het in de richting van het ultieme in werkelijkheid om te zetten en op die manier ook gemeenschappelijk te beleven. Elk kunstwerk is een voorstelling van dat absurde verlangen, een try-out-voorstelling die, hoe onbeduidend, tragisch en vergeefs ook, in het voorbijgaan waarde raakt.

8

Het kunstzinnige creatieve proces is een pulserende beweging voorwaarts: het wisselt vooruit lopende actie af met achteraf bewuste evaluatie. Elke evaluatie is een poging het kunstwerk dat ontstaat tussentijds als kunstwerk te ervaren en een impliciete poging het af te wijzen. Het proces wordt uitsluitend beëindigd wanneer het kunstwerk zich in een gebied heeft begeven dat buiten bereik van verder ingrijpen ligt. Op die raadselachtige plek wordt alles ervaren wat gezegd moest worden. Het is een ruimte waar de kunstenaar en vervolgens eenieder die het kunstwerk ervaart zich in verliest, een ruimte waar bewegelijkheid en rust samenvallen en waarde wordt ervaren, die, zoals Lucebert zegt, weerloos is.

9

Het creatieve proces van de natuur manifesteert zich onder andere via het voortdurende streven van de mens als individu en als collectief om zijn bestaan voort te zetten. Concepten die via taal of om het even welke andere vorm van gedrag worden geuit, kunnen door feedback vanuit de interactie die ze in de wereld oproepen niet alleen tot individuele maar ook tot sociaal gedeelde ordening leiden van de chaos, die de buitenwereld voor de individuele en voor de gemeenschappelijk gedeelde binnenwereld is. Daarbij leidt negatieve feedback tot collectief gedeelde kennis van de wereld en positieve feedback tot gedeelde betekenis ervan. De richting van die wederkerige gemeenschappelijke ontplooiing van kennis en betekenis ontstaat zowel door overdracht van onderling verschillende als door onderling overeenkomende individuele interactiekeuzes. De dynamiek van sociaal-culturele creatieve ordening wordt in diepste zin bepaald door een gedeeld gemeenschappelijk streven om boven zichzelf uit te stijgen en de onbevattelijkheid van wat buiten bereik ligt te vatten, een voortdurend individueel én collectief reiken en een onbeperkt pogen om via het toekennen van kennis en betekenis het bestaan als gedeeld bestaan voort te zetten. Het is een voortdurend pogen ultieme concepten als in praktijk gebrachte sociaal-culturele stappen waar te maken waarbij het toekennen kennis wetenschap is en het toekennen van betekenis een Nietzscheaans scheppen van waarden.
Alles wat in een individueel leven gebeurt is onderdeel van en draagt bij aan dat wederkerige gemeenschappelijke ontplooiingsproces. Ieder mens ontleent en verleent unieke waarde aan de gedeelde manifestatie van zijn persoonlijkheid. Zijn verbeelding kan cultuur maken en dragen en manifesteert zich onder andere door ultieme kunstzinnige ontplooiing als een thing of beauty.

10

Het ervaren van een kunstwerk is het herscheppen ervan. Het kunstwerk is met andere woorden de verbindingsschakel van het scheppen naar het ondergaan van het creatieve proces dat in wezen het creatieve proces van de natuur is.
Net zomin als ontplooiing van de persoonlijkheid ooit volledig wordt voltooid is definitieve voltooiing van een kunstwerk ooit mogelijk. Het kunstwerk is een suggestie, gestolde dynamiek die de toeschouwer tot leven wekt door te proberen het als kunstwerk te voltooien.

Theo Semeijn
21-12-2020


  1. Spinoza, Ethica, p. 135, uit het latijn vertaald door Nico van Suchtelen, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1979.
  2. Homeostase zorgt voor een zo stabiel mogelijk intern milieu van het organisme (zoals lichaamstemperatuur, suikergehalte et cetera). Het is de open kringloop waarmee een organisme met zijn omgeving interacteert. Even verderop in de tekst geef ik een definitie de open kringloop en later ga ik kort in op het in de biologie gebruikelijke begrip homeostase.
  3. Homeostase wordt naar huidig neurowetenschappelijk inzicht gezien als basis van het in het brein gevoelde zelf. Zie publicaties van Antonio Damasio zoals 'Het zelf wordt zich bewust', Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2010.
  4. Theorieën over de opbouw van geheugensporen in een neuraal netwerk zijn in de neurowetenschappen ontstaan sinds de publicatie in 1949 in ‘The Organization of Behaviour’ door Donald Hebb van zijn theorie van reverbererende neurale circuits die uitgaat van de veronderstelling dat een structurele verandering optreedt in verbindende synapsen van zenuwcellen als het presynaptische en postsynaptische neuron gelijktijdig actief is. Deze theorie, die zich richt op het functioneren van de synaps als cruciaal element van de geheugenfunctie lijkt te worden bevestigd door de vaststelling in 1973 door Bliss en Lømo van het verschijnsel van Long Term Potentiation (LTP).
  5. De derde wet van Newton luidt: Als een voorwerp A een kracht op een voorwerp B uitoefent, gaat deze kracht gepaard met een even grote, maar tegengestelde gerichte kracht van B op A. Deze wet wordt vaak eenvoudigweg samengevat als Actie = Reactie.
  6. Schopenhauer, Die Welt als Wille und Vorstellung, Diogenes Verlag AG Zürich, 1977.